| Het boek van de profeet Daniël - Hoofdpunten

Profetieën over de opkomst en ondergang van menselijke regeringen vanaf het oude Babylon, totdat Gods Koninkrijk ze alle verbrijzelt en de wereldheerschappij overneemt.
De profetieën zijn geschreven door Daniël, die vanaf 617 v.Chr. tot na de terugkeer van de joodse ballingen naar Jeruzalem (537 v.Chr.) in Babylon was.

1. Daniël en zijn drie metgezellen bewijzen als ballingen in Babylon hun rechtschapenheid jegens יהוה.

2. Terwijl zij op dienst aan Nebukadnezars hof worden voorbereid, nemen zij niets van zijn wijn en zijn lekkernijen; God begunstigt hen met kennis en inzicht (1:1-21)

3. Sadrach, Mesach en Abednego weigeren deel te nemen aan de aanbidding van Nebukadnezars reusachtige beeld; zij vertellen de verbolgen koning onverschrokken dat zij zijn goden niet zullen aanbidden; hij laat hen binden en in een gloeiendhete oven werpen; een 'goddelijk opperwezen' (engel) bevrijdt hen, en zij komen ongedeerd uit de vuuroven (3:1-30)

4. Jaloerse beambten smeden een plan tegen Daniël; ondanks het verbod blijft Daniël tot zijn God bidden en probeert dit niet te verhullen; wordt in de leeuwenkuil geworpen; engel bevrijdt hem, en hij heeft geen letsel opgelopen (6:1-28)

5. Profetische dromen en visioenen wijzen naar Gods koninkrijk in handen van zijn Messias.

6. Een reusachtig beeld dat wordt verbrijzeld door een steen die zonder handen uit een berg is gehouwen; het beeld stelt de opeenvolgende wereldmachten voor, te beginnen met Babylon tot aan de tijd waarin ze alle worden verbrijzeld en vervangen door Gods Koninkrijk (2:1-49)

7. Een reusachtige boom die omgehakt en gedurende zeven tijden met een band omgeven wordt; gaat voor de eerste maal in vervulling wanneer de koning krankzinnig wordt en zeven jaar als een beest leeft, totdat hij erkent dat de Allerhoogste de Heerser is in het koninkrijk der mensheid en dat Hij heerschappij geeft aan degene die Hij verkiest (4:1-37)

8. Een handschrift verschijnt op de muur wanneer Belsazar vaten uit יהוה’s tempel gebruikt om op zijn afgoden te toosten; men roept Daniël, die de koning onbevreesd terechtwijst, het handschrift verklaart en hem vertelt dat zijn koninkrijk aan de Meden en de Perzen is gegeven (5:1-31)

9. De opmars der wereldmachten, afgebeeld door een leeuw, een beer, een luipaard, een vreeswekkend beest met tien horens, alsook door een kleine horen die oprees vanuit de kop van het laatstgenoemde beest; dan geeft de Oude van Dagen heerschappij over alle volken aan iemand gelijk een mensenzoon (7:1-28)

10. Een ram, een geitenbok en een kleine horen stellen wereldmachten voor die Babylon zullen opvolgen; de kleine horen tart de Vorst van het heerleger van de hemel en wordt zonder hand verbroken (8:1-27)

11. Zeventig (jaar)weken; na 7 + 62 weken moet de Messias verschijnen en daarna afgesneden worden; het (Abrahamitische) verbond zal een week lang uitsluitend voor de joden van kracht blijven (9:1-27)

12. De strijd tussen de koning van het noorden en de koning van het zuiden; Michaël staat op als bevrijder; gebeurtenissen die daarop volgen (10:1–12:13)

Klik op deze link om terug te gaan.



Vrije christenen | 2021