| Het boek Openbaring - Hoofdpunten

Een onthulling van Gods zienswijze omtrent bestaande toestanden alsmede een blik vooruit op datgene wat onder zijn toelating geschiedt en wat hij in „de dag des Heren” door bemiddeling van Christus zal doen

1. Een reeks visioenen die omstreeks 96 n.Chr. door de apostel Johannes werden opgetekend.

2. De verheerlijkte Christus geeft liefdevolle raad aan zijn mede-erfgenamen van het Koninkrijk (1:1–3:22).

3. De gemeente in Efeze heeft volhard, maar heeft haar eerste liefde verlaten.

4. De geestelijk rijke gemeente in Smyrna wordt aangemoedigd om ondanks verdrukking getrouw te blijven.

5. De gemeente in Pergamum heeft onder vervolging aan Christus’ naam vastgehouden, maar heeft sektarisme toegelaten.

6. De gemeente in Thyatira heeft haar activiteit verhoogd, maar ze heeft een Izebel-invloed getolereerd.

7. De gemeente in Sardes is geestelijk dood; ze moet ontwaken.

8. De gemeente in Filadelfia, die Christus’ woord heeft bewaard, wordt aangespoord vast te houden wat ze heeft.

9. De gemeente in Laodicea is lauw; ze moet datgene van Christus verwerven wat nodig is om geestelijk te genezen.

10. Een visioen van יהוה’s tegenwoordigheid in de hemel (4:1–5:14).

11. יהוה wordt in ontzag inboezemende heerlijkheid op zijn troon gezien, omringd door 24 ouderlingen en vier levende schepselen; hij heeft een met zeven zegels verzegelde boekrol in zijn hand.

12. Het Lam wordt waardig verklaard de boekrol te nemen en die te openen.

13. Het Lam opent zes zegels van de boekrol (6:1-17).

14. Wanneer hij het eerste zegel opent, ontvangt een ruiter op een wit paard een kroon en trekt er op uit, overwinnend en om zijn overwinning te voltooien.

15. Bij het openen van de volgende drie zegels komen er nog drie ruiters te voorschijn, die oorlog, hongersnood en de dood over de mensheid brengen.

16. Het vijfde zegel wordt geopend; degenen die voor Christus de marteldood hebben ondergaan, roepen om het wreken van hun bloed; aan een ieder van hen wordt een lang wit gewaad gegeven.

17. Bij het openen van het zesde zegel kondigt een grote aardbeving de dag van de gramschap van God en van het Lam aan.
18. De vier winden van de aarde worden tegengehouden (7:1-17).

19. Johannes hoort dat de vier winden tegengehouden zullen worden totdat de slaven van God verzegeld zijn; het aantal verzegelden bedraagt 144.000.

20. Vervolgens ziet Johannes een grote, qua aantal onbepaalde schare uit alle natiën; zij komen uit de grote verdrukking.

21. Het zevende zegel wordt geopend (8:1–11:14).

22. Er is een half uur stilte; vuur van het altaar wordt naar de aarde geslingerd; zeven engelen maken zich gereed om op hun trompetten te blazen.

23. De eerste vier trompetstoten kondigen plagen aan over de aarde, de zee en de zoetwaterbronnen, alsook over de zon, de maan en de sterren.

24. De vijfde trompetstoot veroorzaakt een sprinkhanenplaag, en de zesde ontketent een schrikaanjagende aanval van de ruiterij.

25. Johannes eet een kleine boekrol op en hem wordt gezegd dat hij nog verder moet profeteren.

26. Hij meet het heiligdom; twee getuigen profeteren in zakken gehuld, worden gedood en weer tot leven gebracht.

27. De zevende trompet: het Koninkrijk is geboren (11:15–12:17).

28. De zevende trompet weerklinkt en het koninkrijk van יהוה en de autoriteit van zijn Christus worden aangekondigd.

29. Een vrouw in de hemel baart een mannelijk kind.

30. De draak probeert het kind te verslinden; er breekt oorlog uit in de hemel; Michaël slingert de draak en zijn engelen naar beneden, naar de aarde.

31. De draak voert oorlog tegen het overblijfsel van het zaad van de vrouw.

32. Het wilde beest uit de zee (13:1-18).

33. Een wild beest met zeven koppen en tien horens stijgt uit de zee op.

34. De draak geeft het beest zijn autoriteit, en een beest met twee horens gelijk een lam maakt een beeld voor het beest; velen worden gedwongen het wilde beest te aanbidden en zijn merkteken te aanvaarden.

35. Getrouwe dienstknechten van יהוה in actie (14:1-20).

36. De 144.000 op de berg Sion zingen een nieuw lied.

37. Engelen die in het midden van de hemel vliegen, maken belangrijke boodschappen bekend.

38. Iemand gelijk een mensenzoon haalt de oogst van de aarde binnen.

39. Een engel treedt de wijnpers van God, waarbij veel bloed vergoten wordt.

40. Vanuit zijn hemelse heiligdom gebiedt יהוה zeven engelen de zeven schalen van zijn toorn uit te gieten (15:1–16:21).

41. De eerste zes schalen worden op de aarde, de zee en de zoetwaterbronnen uitgegoten, alsook op de zon, de troon van het wilde beest en de Eufraat.

42. Gods dienstknechten moeten wakker blijven, terwijl aardse koningen door demonische propaganda tot Harmageddon vergaderd worden.

43. De zevende schaal wordt op de lucht uitgegoten, met verwoestende gevolgen.

44. Visioenen van het einde van Babylon de Grote (17:1–18:24).

45. Babylon de Grote, dronken van het bloed van de heiligen, zit op een scharlakengekleurd beest met zeven koppen en tien horens; de tien horens keren zich tegen haar en verwoesten haar.

46. Haar val wordt aangekondigd; Gods volk moet uit haar gaan.

47. Velen op aarde rouwen om haar definitieve vernietiging.

48. Het huwelijk van het Lam (19:1-10).

49. Stemmen in de hemel loven Jah voor de vernietiging van Babylon.

50. Een machtig koor kondigt in een loflied het huwelijk van het Lam aan.

51. De Koning der koningen zegeviert over de natiën (19:11-21).

52. Het Woord van God voert oorlog tegen de natiën; het wilde beest en de valse profeet worden in het meer van vuur geslingerd; al Gods vijanden worden gedood; dieren eten hun vleesdelen op.

53. Satan gaat in de afgrond; Christus regeert gedurende 1000 jaar (20:1–21:8).

54. Satan wordt voor 1000 jaar in de afgrond opgesloten.

55. Jezus’ mederegeerders fungeren samen met hem 1000 jaar als rechters, waarna Satan wordt losgelaten; hij probeert de mensheid wederom te misleiden, maar ten slotte worden hij en allen die hem volgen, vernietigd.

56. Allen die zich in de dood, Hades en de zee bevinden, worden opgewekt en voor het aangezicht van Degene die op de grote witte troon zit, geoordeeld; de dood en Hades worden in het meer van vuur geslingerd.

57. Johannes ziet een nieuwe hemel en een nieuwe aarde.

58. Het Nieuwe Jeruzalem (21:9–22:21).

59. Het glorierijke Nieuwe Jeruzalem daalt uit de hemel neer en verlicht de natiën; een rivier van water des levens stroomt door de stad en aan de oevers ervan staan bomen die tot genezing dienen.

60. De Openbaring eindigt met slotboodschappen van יהוה en Jezus; de geest en de bruid nodigen een ieder die dorst heeft ertoe uit het water des levens te nemen om niet.

Klik op deze link om terug te gaan.



Vrije christenen | 2021