De kernpunten van ons geloof en onze opdracht


 Onze God en Vader, Jehovah

Wij weten dat God slechts één “persoon” is die geen gelijken heeft. Hij is de Schepper van hemel en aarde en van al het leven dat er bestaat. Hij is het Opperwezen, de absolute en universele Soeverein en hij heeft zijn eigen persoonlijke naam, Jahweh of Jehovah, in het Hebreeuws het tetragrammaton יְהוָֹה. Letterlijk vertaald staat hier 'JeHoVaH'. Zo zien we de naam van God ook altijd geschreven in verschillende varianten van de Hebreeuwse geschriften. Het Hebreeuws werd oorspronkelijk echter zonder klinkers geschreven. De 'Masoreten' hebben in de Middeleeuwen een klinkersysteem bedacht zodat studenten van het Hebreeuws konden begrijpen hoe de klanken van de taal waren. Wij gebruiken de internationaal gangbare naam van God: Jehovah. God is de Vader en God van onze Heer Jezus de gezalfde en hij is ook onze Vader.

"Mogen de mensen weten dat u, wiens naam Jehovah is, u alleen de Allerhoogste bent over de hele aarde." (Psalmen 83:18).

"Denk aan wat er vroeger gebeurd is, lang geleden, dat ik God ben, er is geen ander. Ik ben God, er is niemand als ik. Vanaf het begin vertel ik de afloop en van oudsher de dingen die nog niet zijn gedaan. Ik zeg: “Wat ik besluit zal gebeuren en alles wat ik wil zal ik doen.'” (Jesaja 46:9, 10).

"Lieve vrienden, laten we elkaar blijven liefhebben, want de liefde komt van God, en iedereen die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen, want God is liefde. Hierdoor is Gods liefde in ons geval duidelijk geworden: God heeft zijn eniggeboren zoon naar de wereld gestuurd, zodat we door hem leven zouden krijgen. Die liefde houdt het volgende in: niet wij hebben God liefgehad, maar hij heeft ons liefgehad en heeft zijn zoon gestuurd als zoenoffer voor onze zonden." (1 Johannes 4:7-10).

De heilige geest (רוח קודש) waarmee wij verzegeld zijn, is Gods operationele en scheppende kracht en aanwezigheid.

"In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg, en er lag duisternis over het oppervlak van de watermassa. En Gods geest bewoog zich over het oppervlak van het water." (Genesis 1:1, 2).

Dankzij zijn enorme kracht die door zijn geest wordt aangedreven doet Jehovah ontzagwekkende dingen:

"'Met wie kun je me vergelijken? Aan wie kun je me gelijkstellen?’, zegt de Heilige. ‘Sla je ogen op naar de hemel en kijk. Wie heeft die dingen geschapen? Het is degene die ze als een leger leidt naar hun aantal. Hij roept ze allemaal bij naam. Dankzij zijn enorme dynamische energie en ontzagwekkende kracht ontbreekt er niet één.'" (Jesaja 40:25, 26).



Afbeelding. Gods naam JHVH door de tijd heen. Van de verre oudheid tot de moderne tijd.


 Onze vredevorst, bemiddelaar en loskoper Jezus, de gezalfde van Jehovah

Jezus (de) Gezalfde (Messias, of Gezalfde) is de (eniggeboren) menselijke zoon van God. De benaming 'de Gezalfde' of 'Christos' (Grieks: ὁ Χριστός, Latijn: 'Christus') betekent 'gezalfde' (afkomstig van het Griekse werkwoord 'χρίω' dat 'zalven' betekent) en heeft betrekking op de persoon Jezus. De naam Jezus of Iesos (Grieks: Ιησούς) is de (resp. Latijnse en Griekse) vertaling van het Hebreeuwse Jeh'sjoea, Jehosjoea, Jesjoea of Jeshua (Hebreeuws: יֵשׁוּעַ). 'Jezus de gezalfde' is de vertaling van het Hebreeuwse יֵשׁוּעַ הַמָּשִׁיחַ (Jeshua Hamashiach, van het werkwoord 'המשיך' = 'him'shiech' dat 'zalven' betekent). Overal waar in de bijbelse vertalingen 'Jezus Christus' staat wordt dus 'Jezus de gezalfde' bedoeld.

De apostel Paulus maakt in zijn brief aan de Hebreeën duidelijk dat Jezus tot koning zou worden gezalfd:

"Maar over de Zoon zegt hij: ‘God is je troon, voor altijd en eeuwig, en de scepter van je Koninkrijk is de scepter van recht. Je hebt rechtvaardigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft God, jouw God, je gezalfd met de olie van vreugde, meer dan je metgezellen.’" (Hebreeën 1:8, 9).

Hij citeerde hierbij Psalm 45:6:

"God is je troon, voor altijd en eeuwig, de scepter van je koninkrijk is een scepter van recht. Je hebt rechtvaardigheid liefgehad en slechtheid gehaat. Daarom heeft God, jouw God, je gezalfd met de olie van vreugde, meer dan je metgezellen." (Psalm 45:6).

Hierbij werd het patroon gevolgd van de inauguratie van de koningen van Israël en Juda in de oudheid. Het was een letterlijke zalving met olie en een zichtbaar bewijs van hun koningschap. De volgende teksten verklaren dit:

"Toen nam Samuël een kruikje met olie en goot dat over Sauls hoofd uit. Hij kuste hem en zei: ‘Jehovah heeft je beslist tot leider over zijn erfdeel gezalfd". (1 Samuel 10:1).

Een koning werd aangeduid als de 'gezalfde' van Jehovah:

"Toen ze aankwamen, zag hij Eliab. Samuël zei: ‘Dit moet de gezalfde van Jehovah zijn.’" (1 Samuel 16:6).

"Hij zei tegen zijn mannen: ‘Jehovah zou het nooit goedkeuren als ik mijn heer, de gezalfde van Jehovah, iets zou aandoen. Ik kan geen hand tegen hem uitsteken, want hij is de gezalfde van Jehovah.’" (1 Samuel 24:6).

"Toen zei David: ‘Hoe durfde je je hand uit te steken tegen de gezalfde van Jehovah en hem te doden?’" (2 Samuel 1:14).

Het koningschap van Jezus als de Gezalfde van Jehovah wordt als volgt beschreven:

"Waarom is er opschudding onder de naties en mompelen de volken over iets zinloos? De koningen van de aarde stellen zich op en de bestuurders verenigen zich tegen Jehovah en tegen zijn gezalfde. Ze zeggen: ‘Laten we ons bevrijden van hun ketens en hun touwen van ons afschudden! Degene die in de hemel op de troon zit, zal lachen. Jehovah zal hen bespotten. In die tijd zal hij in zijn woede tot hen spreken en hun angst aanjagen met zijn brandende woede. Hij zal zeggen: ‘Ikzelf heb mijn koning geïnstalleerd op Sion, mijn heilige berg.’" (Psalm 2:1-6).

Ook de hogepriester (Aäron) en zijn zonen werden (als priesters) gezalfd, en Jezus is de eeuwige hogepriester en ook wij zijn priesters:

"Dat is het deel van de vuuroffers voor Jehovah dat gereserveerd moet worden voor Aäron en zijn zonen, de priesters, vanaf de dag dat ze zijn aangeboden om Jehovah als priester te dienen. Op de dag dat Jehovah hen zalfde, gebood hij dat ze dat deel moesten krijgen van de Israëlieten. Het is een blijvend voorschrift voor al hun generaties.”’" (Leviticus 7:35, 36).

"Toen nam Mozes de zalfolie en zalfde de tabernakel en alles wat daarin was, en heiligde dat alles. Daarna spatte hij zeven keer wat van de zalfolie op het altaar, en hij zalfde het altaar, alle bijbehorende voorwerpen en het bekken met onderstel. Zo heiligde hij die. Tot slot goot hij wat van de zalfolie over (de hogepriester) Aärons hoofd uit en zalfde hem. Zo heiligde hij hem." (Leviticus 8:10-12).

"Daarom, heilige broeders, die deelhebben aan de hemelse roeping, denk diep na over de apostel en hogepriester die we erkennen: Jezus." (Hebreeën 3:1).

"Ze zingen een nieuw lied: ‘U bent het waard de boekrol te nemen en de zegels te openen, want u bent geslacht en met uw bloed hebt u mensen voor God gekocht uit alle stammen, talen, volken en landen. U hebt ze gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en ze zullen als koningen over de aarde regeren.’" (Openbaring 5:9, 10).

Jezus' rol als gezalfde opent de weg tot genezing van de volkeren:

"...en de boekrol van de profeet Jesaja werd hem overhandigd. Hij opende de boekrol en zocht de plaats op waar stond: ‘Jehovah’s geest rust op mij, want hij heeft mij gezalfd om aan arme mensen goed nieuws te vertellen. Hij heeft mij gestuurd om aan de gevangenen bekend te maken dat ze vrijgelaten zullen worden en aan de blinden dat ze weer zullen zien, om de onderdrukten vrijheid te geven, om Jehovah’s jaar van aanvaarding te prediken.’ Daarna rolde hij de boekrol op, gaf die aan de dienaar terug en ging zitten. Alle ogen in de synagoge waren op hem gericht. Toen zei hij tegen ze: ‘Vandaag is het Schriftgedeelte in vervulling gegaan dat jullie net hebben gehoord.’" (Lukas 4:17-21).

Omdat Jezus door God als eeuwige Koning is aangesteld wordt hij dus terecht aangeduid als 'de Gezalfde van Jehovah' (Psalm 2:2). Jezus betekent 'Jehovah is redding'. Jezus is onze Verlosser, onze Koning en Hogepriester en was op aarde de unieke menselijke vertegenwoordiger van de ene God. Hij heeft geen zonde begaan en hij was het equivalent van Adam en het beeld van de onzichtbare God voordat Adam door God vanwege diens rebellie uit de tuin van geneugte werd verdreven.

Jezus werd op bijzondere wijze verwekt en is uit de dood opgewekt tot een positie aan de rechterhand van God. Hij 'bestond niet', maar ontstond voor het eerst in de baarmoeder van zijn menselijke moeder door de kracht van de heilige geest. Na zijn opstanding heeft hij koninklijke heerschappij ontvangen en heeft hij plaatsgenomen op de troon van onze Vader. Hij is een wonderbaar raadgever, een sterke god, een eeuwige vader en de lang beloofde vredevorst. (Jesaja 9:6).

Jezus is de bemiddelaar tussen God en mensen. Hij leidt ons tot God:

"Het is [Gods] wil dat alle soorten mensen worden gered en nauwkeurige kennis van de waarheid krijgen. Want er is één God en één bemiddelaar tussen God en mensen, een mens, Jezus de gezalfde, die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor iedereen." (1 Timotheüs 2:4-6).

Door Jezus’ offerandelijke dood is de Adamitische dood voor altijd tenietgedaan. Doordat wij geloof stellen in de Gezalfde van Jehovah zullen wij eeuwig leven mogen ontvangen.

"Want Gods liefde voor de wereld was zo groot dat hij zijn eniggeboren zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in hem gelooft niet vernietigd zal worden, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn zoon niet naar de wereld gestuurd zodat hij de wereld zou oordelen, maar zodat de wereld door hem gered zou worden. Wie in hem gelooft, zal niet geoordeeld worden. Wie niet gelooft, is al geoordeeld, omdat hij niet in de naam van de eniggeboren zoon van God heeft geloofd." (Johannes 3:16).

"Het is een vrije gave dat hij ze uit onverdiende goedheid rechtvaardig verklaart op basis van de verlossing door de losprijs die Jezus de gezalfde heeft betaald. God heeft hem gegeven als offer voor verzoening door geloof in zijn bloed. Dat heeft God gedaan om te bewijzen dat hij rechtvaardig was toen hij in zijn verdraagzaamheid de zonden vergaf die in het verleden waren begaan, en om te bewijzen dat hij in deze tijd rechtvaardig is, ja, dat hij ook rechtvaardig zou zijn als hij mensen rechtvaardig verklaart die in Jezus geloven." (Romeinen 3:24-27).

 Heiligheid

Heiligheid betekent ‘religieuze reinheid of zuiverheid’. Onder het Hebreeuwse woord qoʹdhesj (קֹדֶשׁ) verstond men oorspronkelijk ook een toestand van afgezonderdheid, exclusiviteit of geheiligd zijn voor God, die heilig is; voor de dienst van God bestemd zijn. In de Griekse vertalingen van de verslagen en de brieven van de apostelen, duiden de met ‘heilig’ (haʹgi·os Grieks: ἅγιος) en ‘heiligheid’ (ha·gi·aʹsmos [ook: 'heiliging']; ha·giʹo·tes; ha·gi·oʹsu·ne) weergegeven woorden eveneens op afzondering voor God; ze worden ook toegepast op heiligheid als eigenschap van God en op de zuiverheid of volmaaktheid van iemands levenswandel.

Als volgelingen van de Gezalfde zijn wij daarom geen deel van deze door de Tegenstrever gedomineerde en gecontroleerde wereld maar zijn daarvan afgescheiden voor heilige dienst voor God. Tezelfdertijd moeten wij in die dienst reinhein en zuiverheid betrachten, ofwel heilig zijn, zonder smet:

"Broeders, op grond van Gods medegevoel smeek ik jullie daarom om je lichaam aan te bieden als een levend slachtoffer, heilig en aanvaardbaar voor God. Dat is een heilige dienst met je denkvermogen. Laat je niet langer door deze wereld vormen, maar word veranderd door je denken te hervormen, zodat je kunt nagaan wat de goede en aanvaardbare en volmaakte wil van God is." (Romeinen 12:1, 2).

"Als jullie een deel van de wereld zouden zijn, zou de wereld aan jullie gehecht zijn als iets van haarzelf. Omdat jullie geen deel van de wereld zijn maar ik jullie uit de wereld heb uitgekozen..." (Johannes 15:19).


 Onze tegenstander: ‘Satan’ en ‘Duivel’ – de ware betekenis

In de bijbelvertalingen worden deze woorden niet letterlijk vertaald maar getranscribeerd. Hierdoor wordt de ware betekenis van deze woorden verhuld of gemaskeerd. Zo word het Hebreeuwse woord שָּׂטָן getranscribeerd met 'Satan' en word het Griekse woord διάβολος getranscribeerd met ‘Duivel’.

Wanneer we deze woorden wel letterlijk zouden vertalen dan krijgen ze voor ons de betekenis die ze zouden moeten hebben!

- Zo is de Nederlandse vertaling van het Hebreeuwse woord שָּׂטָן (Satan) = Tegenstrever of Tegenstander.
- De Nederlandse vertaling van het Griekse woord διάβολος (Duivel) = Lasteraar, Leugenaar.

Nu zien we met welke verdorven persoonlijkheid wij van doen hebben: een tegenstrever of tegenstander van al het goede dat onze Vader nastreeft en een lasteraar of leugenaar van de waarheid.

In de geschriften die wij gebruiken zijn de woorden 'Satan' en 'Duivel' daarom letterlijk vertaald. Dit is essentieel omdat hierdoor de ware betekenis van deze woorden in hun volle omvang kunnen worden begrepen en wij stelling kunnen nemen tegen degene die als zodanig wordt aangeduid: de Tegenstrever en Lasteraar, de bovenmenselijke opstandeling die het goede verwerpt en het kwade omarmt, tot nadeel van zichzelf en tot nadeel van de gehele mensheid.

 Onze glorierijke bestemming als koninklijke priesterschap

Nu wij door geest en water zijn wedergeboren zijn wij opgenomen in het nieuwe verbond. Wij zullen de Koning der Koningen, Jezus als een koninklijke priesterschap mogen ondersteunen bij zijn werk om de natiën tot rechtvaardigheid te brengen zodat zij voor altijd kunnen leven in vredige omstandigheden. Deze belofte kunnen wij alleen verkrijgen indien wij getrouw blijven en zonder smet voor Gods troon mogen verschijnen. Gezamenlijk vormen wij het Lichaam van de Gezalfde. Over onze positie en rol wordt het volgende geschreven:

“Jullie zullen voor mij een koninkrijk van priesters en een heilige natie worden.” (Exodus 19:5).

“Het koninkrijk, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel werden aan het volk van de heiligen van het Opperwezen gegeven. Hun koninkrijk is een eeuwig koninkrijk en alle regeringen zullen hén dienen en gehoorzamen.” (Daniel 7:27).

“Maar jullie zijn ‘een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, een volk dat een speciaal eigendom is, zodat jullie overal de schitterende eigenschappen bekend zouden maken’ van degene die jullie uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.'” (1 Petrus 2:9).

“U bent het waard de boekrol te nemen en de zegels te openen, want u bent geslacht en met uw bloed hebt u mensen voor God gekocht uit alle stammen, talen, volken en landen. U hebt ze gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en ze zullen als koningen over de aarde regeren." (Openbaring 5:9, 10).

 Onze taken en verantwoordelijkheden in het koninkrijk

Onze taken en verantwoordelijkheden als koningen, priesters en slaven van God tijdens de 1000-jarige regering van de Gezalfde, zullen erin bestaan om ervoor te zorgen dat de natiën de volgende twee universele geboden van God geheel in hun hart sluiten:

“Je moet Jehovah, je God, liefhebben met je hele hart, je hele ziel, je hele verstand en je hele kracht.”

“Je moet je naaste liefhebben als jezelf.”

Hierbij zal de offerandelijke dood van Jezus de centrale rol spelen. Door geloof te stellen in het feit dat zijn offer als losprijs werd betaald om de mensheid van de dood los te kopen zodat zij kan worden genezen. Door deze twee universele geboden na te leven, zullen de natiën voor altijd weer in de juiste verhouding kunnen komen met hun liefdevolle Vader en zullen zij kunnen genieten van eeuwig leven onder paradijselijke omstandigheden. (Markus 12:30, 31; Galaten 3:13; Openbaring 21:1-6; Openbaring 22:1, 2).

Die juiste verhouding zal de komende 1000 jaar alleen kunnen worden verkregen in rechtvaardigheid en gestrengheid en zo zullen de volken de wegen van Jehovah moeten leren kennen. Alleen dan kan de nieuwe maatschappij in vrede en voorspoed leven:

"Aan wie overwint en mijn daden tot het einde toe navolgt, zal ik autoriteit over de volken geven — hij zal de mensen hoeden met een ijzeren staf..." (Openbaring 2:26, 27a).

 Wedergeboorte, zalving en koningschap door het nieuwe verbond

Nu wij zijn wedergeboren en als christenen (als 'gezalfden') door het leven gaan, helpt Gods geest ons om een leven te leiden in rechtvaardigheid en heiligheid en om in geloof en volharding te groeien teneinde een natie van koningen en priesters te vormen. Onze zalving is een zalving met heilige geest. Hierover zegt Johannes:

"Jullie hebben een zalving van de Heilige en jullie hebben allemaal kennis." (1 Johannes 2:20).

"Die dingen schrijf ik jullie over degenen die proberen jullie te misleiden. En wat jullie betreft: de zalving die jullie van hem hebben ontvangen blijft in jullie, en jullie hebben niemand nodig die je onderwijst. Maar de zalving door hem leert jullie alle dingen en is waar en is geen leugen. Blijf in eendracht met hem, zoals die zalving jullie heeft geleerd." (1 Johannes 2:26, 27).

De ware God is een God van hoop en verlossing. Mede door de profetieën die hij bij monde van zijn heilige profeten heeft laten optekenen, bied hij een anker voor onze ziel.

Wij zijn opgenomen in het nieuwe verbond krachtens het vergoten bloed van de Gezalfde en hebben een glorierijke bestemming als koningen en priesters in het komende koninkrijk van God. Alleen indien wij volharden in geloof en bijbehorende daden en zonder smet voor Gods troon mogen verschijnen, zal God ons belonen met onsterfelijk leven.

 De viering van het avondmaal totdat de Gezalfde is gekomen

Het avondmaal dat wij met elkaar nuttigen is een letterlijke, eenvoudige maaltijd van ongezuurd brood en rode wijn, ter herinnering of gedachtenis aan de dood van onze Heer Jezus, de gezalfde van Jehovah. Het ongezuurde brood betekent zijn lichaam en de rode wijn betekent het nieuwe verbond dat is bekrachtigd door zijn bloed en dat voor ons allen vergoten is waarmee wij zijn losgekocht uit de greep van de dood. Hiermee geven wij te kennen dat wij in het nieuwe verbond zijn opgenomen en dat wij ons leven danken aan Jezus' offerandelijke dood. Met de beker van de zegening die we zegenen, delen we in het bloed van Jezus. Met het brood dat we breken, delen we in het lichaam van Jezus. Omdat er één brood is, zijn wij één lichaam hoewel we met velen zijn, want we hebben allemaal deel aan dat ene brood. Want elke keer dat wij dit brood eten en uit deze beker drinken, verkondigen wij de dood van de Heer, totdat hij komt. (1 Korintiërs 11:23-26; Lukas 22:14-20; Jeremia 31:31-40).

Wij danken onze Heilige Soeverein Jehovah dat hij de mensheid een nieuwe kans biedt op eeuwig leven en op een overvloed van vrede en dat elke tong openlijk erkent dat Jezus de gezalfde is tot eer van God, de Vader. Heilig, heilig, heilig is onze God Jehovah! Amen en amen.