Verdieping van kernpunten en inzichten

Index van verwijzingen

- Onze God en Vader
- Jezus de gezalfde
- De werking die God heilige geest in ons heeft
- Wedergeboorte, zalving en koningschap door het nieuwe verbond
- De gemeente, een heilige koninklijke priesterschap
- Onze taken en verantwoordelijkheden in het koninkrijk
- Wat betekent heiligheid
- Het doel van de bekendmaking van het goede nieuws
- De viering van het avondmaal en het nieuwe verbond
- Onze gezamenlijke Tegenstander
- Gods koninkrijk
- De kracht van Jezus' illustraties


Onze God en Vader

'Hoor o Israël, Jehovah onze God is één Jehovah' (שְׁמַע יִשְׂרָאֵל יְהוָה אֱלֹהֵינוּ יְהוָה אֶחָד ׃)

Wij weten dat God slechts één “persoon” is die geen gelijken heeft. Hij is de Schepper van hemel en aarde en van al het leven dat er bestaat. God is de Vader en God van onze Heer Jezus de gezalfde en hij is ook onze Vader. God is het Opperwezen, de absolute en universele Soeverein en hij heeft zijn eigen persoonlijke naam, Jehovah, in het Hebreeuws het tetragrammaton יְהוָֹה waarbij de interpuncties klinkers vertegenwoordigen. We zien verschillende varianten voor wat betreft de vertaling van de Hebreeuwse naam van God zoals 'Jahweh', 'Jahveh', 'Jehova', 'Jehovah' enzovoort. Het Hebreeuws werd oorspronkelijk echter zonder klinkers geschreven. (Deuteronomium 6:4).

De betekenis en schrijfwijze van God's heilige naam

De 'Masoreten' hebben in de Middeleeuwen een klinkersysteem bedacht zodat studenten van het Hebreeuws konden begrijpen hoe de klanken van de taal zouden hebben kunnen klinken. Het modern Hebreeuws, het Iwriet, wordt eveneens zonder klinkers geschreven en de klanken van de woorden zijn gebaseerd op het klinkersysteem van de Masoreten. Zie ook voor een studie van de verschillende varianten van Gods naam in het Hebreeuws: AHRC | What is God's name in Hebrew? of The Sar Shalom Hebrew-English Bible. (Dit is een kopie van de betreffende website op onze server. De oorspronkelijke url kan niet meer worden gevonden).

Ook in Hebreeuwse vertalingen van het nieuwe testament vinden we Gods naam terug: Hebrew New Testament: Index.

In de Masoretische Hebreeuwse teksten, waaronder de Nikkudot, vinden we zes verschillende spellingen voor de naam van God:



Werd de naam van God op deze zes verschillende manieren uitgesproken? Waarschijnlijk niet. Al meer dan 2000 jaar verbieden ortohodoxe joden iemand de naam uit te spreken. We vinden dit een grove zonde aangezien Gods naam cica 6800 maal in de Hebreeuwse geschriften - en ook in Hebreeuwse vertalingen van de Griekse christelijke geschriften - wordt gebruikt. Dus in plaats van de juiste Nikkudot in de naam van vier letters te plaatsen, plaatsten ze de Nikkudot van de woorden אֲדֹנָי (Adonai-Heer) of אֱלֹהִים (Elohiem - God) in de vier letters van de naam. (Bron: What is God's name in Hebrew?)

Wij gebruiken de internationaal gezien meest gangbare en geadopteerde variant van Gods naam 'Jehovah' (Hebreeuws: יְהוָֹה).

Gods naam is een vorm van het Hebreeuwse werkwoord ha·wahʹ (הוה), dat „worden” betekent, en wil in feite zeggen „Hij veroorzaakt te worden”. Gods naam identificeert hem dan ook als Degene die progressief zijn beloften vervult en onfeilbaar zijn voornemens verwezenlijkt.

"‘Ik ben de Alfa en de Omega,’ zegt Jehovah God, ‘hij die is en die was en die komt, de Almachtige.’" (Openbaring 1:8).

"Hij die op de troon zat, zei: ‘Kijk! Ik maak alles nieuw.’ Ook zei hij: ‘Schrijf, want deze woorden zijn betrouwbaar en waar.’ En hij zei tegen me: ‘Ze zijn werkelijkheid geworden! Ik ben de Alfa en de Omega, het begin en het einde." (Openbaring 21:5, 6).

"Want net zoals regen en sneeuw uit de hemel neerkomen en daar pas terugkomen als ze de aarde hebben doordrenkt, waardoor die vruchtbaar wordt en er planten opkomen zodat er zaad is om te zaaien en brood om te eten, zo zal het woord zijn dat uit mijn mond komt. Het zal niet zonder resultaat bij me terugkomen, maar het zal beslist mijn wil uitvoeren en het zal zeker het doel bereiken waarvoor ik het uitstuur." (Jesaja 55:10, 11).

Alleen de ware God zou een naam kunnen dragen die zo rijk aan betekenis is.

"Maar Mozes zei tegen de ware God: ‘Stel dat ik naar de Israëlieten ga en tegen ze zeg: “De God van jullie voorvaders heeft me naar jullie toe gestuurd.” Als ze dan tegen me zeggen: “Wat is zijn naam?”, wat moet ik dan antwoorden?’ God zei tegen Mozes: ‘Ik zal worden wat ik wil worden.’ (אֶהְיֶה אֲשֶׁר אֶהְיֶה) En hij voegde eraan toe: ‘Dit moet je tegen de Israëlieten zeggen: “‘Ik zal worden’ heeft me naar jullie toe gestuurd.”’ Ook zei God tegen Mozes: ‘Dit moet je tegen de Israëlieten zeggen: “Jehovah (יְהוָֹה), de God van jullie voorvaders, de God van Abraham, de God van Isaäk en de God van Jakob, heeft mij naar jullie toe gestuurd.” Dat is mijn naam voor altijd, en zo wil ik van generatie op generatie herinnerd worden." (Exodus 3:13-15).

Het is daarom uiterst belangrijk om de naam van God te kennen en te gebruiken - welke uitspraak we ook gebruiken - omdat aan die naam redding is verbonden en God daardoor geheiligd wordt:

"...En iedereen die de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered.’" (Handelingen 2:21).

"Mogen de mensen weten dat u, wiens naam Jehovah is, u alleen de Allerhoogste bent over de hele aarde." (Psalmen 83:18).

"Denk aan wat er vroeger gebeurd is, lang geleden, dat ik God ben, er is geen ander. Ik ben God, er is niemand als ik. Vanaf het begin vertel ik de afloop en van oudsher de dingen die nog niet zijn gedaan. Ik zeg: “Wat ik besluit zal gebeuren en alles wat ik wil zal ik doen.'” (Jesaja 46:9, 10).

"Lieve vrienden, laten we elkaar blijven liefhebben, want de liefde komt van God, en iedereen die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen, want God is liefde. Hierdoor is Gods liefde in ons geval duidelijk geworden: God heeft zijn eniggeboren zoon naar de wereld gestuurd, zodat we door hem leven zouden krijgen. Die liefde houdt het volgende in: niet wij hebben God liefgehad, maar hij heeft ons liefgehad en heeft zijn zoon gestuurd als zoenoffer voor onze zonden." (1 Johannes 4:7-10).



Afbeelding. Gods naam Jehovah door de tijd heen. Van de verre oudheid tot de moderne tijd.





Afbeelding. De naam van God, vaak het Tetragrammaton genoemd
(een Grieks woord dat 'vier letters' betekent),wordt geschreven
met vier Hebreeuwse letters: Yod, He, Wav en de letter He weer.
Een van de oudst bekende voorbeelden van deze naam is
te vinden in de tempel Ostraca.

Afbeelding. Paleo-Hebreeuws alfabet voor de naam van God,
waaruit blijkt dat men de naam van God en het Paleo-Hebreeuwse alfabet nog steeds als heilig beschouwden.





Afbeelding. Fragmenten van de Psalmen in een Dode Zeerol uit de eerste helft van de eerste eeuw n.Chr. De tekst is in het Hebreeuwse schrift dat na de Babylonische ballingschap gebruikelijk was, maar het Tetragrammaton verschijnt herhaaldelijk in onderscheidende Oudhebreeuwse letters.

Afbeelding. Gods naam in Genesis 15:2 in Tyndales vertaling van de Pentateuch (1530).




Afbeelding. Hier zien we de naam van God met klinkertekens: 'Jehovah'.
Deze schrijfwijze komt voor in veel versies van de Tanach. Bron: https://www.serfaria.org

Het kennen van God's naam en de aanroep ervan leiden tot redding

"Want de Schrift zegt: ‘Niemand die zijn geloof op hem bouwt, zal worden teleurgesteld.’ Er is geen onderscheid tussen Jood en Griek. Ze hebben allemaal dezelfde Heer, die rijkelijk geeft aan iedereen die hem aanroept. Want ‘iedereen die de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered’. Maar hoe kunnen ze hem aanroepen als ze niet in hem geloven? En hoe kunnen ze in hem geloven als ze niet over hem hebben gehoord? En hoe kunnen ze horen zonder dat iemand predikt? En hoe kunnen ze prediken als ze niet zijn uitgestuurd? Zoals er staat geschreven: ‘Prachtig zijn de voeten van degenen die goed nieuws over goede dingen bekendmaken!’" (Romeinen 10:11-15).

"En iedereen die de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zullen degenen zijn die ontkomen, zoals Jehovah heeft gezegd, de overlevenden die Jehovah roept." (Joël 2:32).

"En iedereen die de naam van Jehovah aanroept, zal worden gered.’"(Handelingen 2:21).

Conclusie

Gods heilige naam komt ongeveer 6800 maal voor in de Hebreeuwse geschriften en in aanhalingen daaruit door Jezus en de apostelen. Het is dus duidelijk dat deze naam en zijn betekenis van zeer groot belang is om die te kennen.

Jezus de gezalfde

Wie is hij?

Jezus is de (eniggeboren) menselijke zoon van God. Hij is de lang beloofde Gezalfde van Jehovah, de rechtmatige Vredevorst die de Vader op zijn troon heeft gezet om de toekomstige mensheid tot eeuwig leven te leiden. Hij is tevens onze middelaar en onze bruidegom en hij is onze loskoper.

De benaming 'de Gezalfde' of 'Christos' (Grieks: ὁ Χριστός, Latijn: 'Christus') betekent 'gezalfde' (afkomstig van het Griekse werkwoord 'χρίω' dat 'zalven' betekent) en heeft betrekking op de persoon Jezus. De naam Jezus of Iesos (Grieks: Ιησούς) is de (resp. Latijnse en Griekse) vertaling van het Hebreeuwse Jeh'sjoea, Jehosjoea, Jesjoea of Jeshua (Hebreeuws: יֵשׁוּעַ). 'Jezus de gezalfde' is de vertaling van het Hebreeuwse יֵשׁוּעַ הַמָּשִׁיחַ (Jeshua Hamashiach, van het werkwoord 'המשיך' = 'him'shiech' dat 'zalven' betekent). Overal waar in de bijbelse vertalingen 'Jezus Christus' staat wordt dus 'Jezus de gezalfde' bedoeld. De term 'Christus' is geen naam of achternaam maar een bijvoeglijk naamwoord of het wordt gebruikt als substitutie om Jezus mee aan te duiden. De term 'de gezalfde' of 'Gezalfde' gebruiken wij daarom consequent in onze exemplaren van de Geschriften.

Gods geliefde zoon en dienaar

Tijdens de zogenoemde transfiguratie verklaarde God o.a. volgens het verslag van Mattheüs voor de tweede maal dat Jezus zijn geliefde zoon en dienaar was naar wie men moest luisteren:

"Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en zijn broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante: zijn gezicht straalde als de zon en zijn kleren glansden als het licht. Opeens verschenen aan hen Mozes en Elia, die met hem in gesprek waren. Toen zei Petrus tegen Jezus: ‘Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als je wilt, zal ik hier drie tenten opzetten, één voor jou, één voor Mozes en één voor Elia.’ Hij was nog niet uitgesproken of ze werden omhuld door een stralende wolk. Er kwam een stem uit de wolk die zei: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, die ik heb goedgekeurd. Luister naar hem.’Toen de discipelen dat hoorden, lieten ze zich op de grond vallen en werden heel bang. Maar Jezus kwam naar ze toe, raakte ze aan en zei: ‘Sta op. Jullie hoeven niet bang te zijn.’ Toen ze opkeken, zagen ze niemand meer, behalve Jezus. Terwijl ze de berg af daalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand over het visioen voordat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.’" (Mattheüs 17:1-9).

"‘Kijk! Mijn geliefde dienaar, die ik gekozen heb en die ik heb goedgekeurd! Ik zal hem mijn geest geven en hij zal de volken duidelijk maken wat gerechtigheid is. Hij zal niet ruziën of schreeuwen, en niemand zal op straat zijn stem horen. Een geknakt riet zal hij niet afbreken en een lamp met een smeulende pit zal hij niet doven, tot hij het recht laat zegevieren. En op zijn naam zullen de volken (גּוֹיִם (goyiem) = de niet Israëlietische natiën) hun hoop vestigen.’" (Mattheüs 12:18-21, vergelijk Jesaja 61:1).

Het hoofd van de gemeente

Jezus is het hoofd van de gemeente, zijn lichaam, en heeft zich uit liefde voor haar opgeofferd:

"Ook heeft hij alles onder zijn (Jezus') voeten onderworpen en hem hoofd gemaakt over alles wat te maken heeft met de gemeente, die zijn lichaam is en die vol is van hem die alles in allen vervult." (Efeziërs 1:22, 23).

"...net zoals de Gezalfde het hoofd is van de gemeente, het lichaam dat hij heeft gered."(Efeziërs 5:23).

"...en hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene van de doden, zodat hij in alles de eerste zou worden." (Kolossenzen 1:18).

Het oordeel ligt in Jezus' handen

God heeft het oordeel over deze wereld in handen gelegd van deze geliefde Zoon:

"Want de Vader oordeelt helemaal niemand, maar hij heeft het hele oordeel aan de Zoon toevertrouwd, zodat alle mensen de Zoon eren zoals ze de Vader eren. Wie de Zoon niet eert, eert de Vader niet die hem heeft gestuurd." (Johannes 5:22, 23).

"Laat mij het besluit van Jehovah bekendmaken. Hij zei tegen mij: ‘Jij bent mijn zoon, vandaag ben ik je vader geworden. Vraag het mij en ik geef je volken als erfdeel en de einden van de aarde als bezit. Je zult ze breken met een ijzeren scepter, je zult ze stukslaan als aardewerk.’ Toon dus inzicht, koningen, laat je corrigeren, rechters van de aarde. Dien Jehovah met eerbied en toon vol vreugde ontzag voor hem. Eer de zoon, anders wordt God verontwaardigd en word je verwijderd van de weg, want zijn woede ontvlamt snel. Gelukkig wie bescherming bij Hem zoekt." (Psalm 2:7-12).

De aangestelde Koning en Gezalfde van Jehovah

De apostel Paulus maakt in zijn brief aan de Hebreeën duidelijk dat Jezus tot koning zou worden gezalfd:

"Maar over de Zoon zegt hij: ‘God is je troon, voor altijd en eeuwig, en de scepter van je Koninkrijk is de scepter van recht. Je hebt rechtvaardigheid liefgehad en wetteloosheid gehaat. Daarom heeft God, jouw God, je gezalfd met de olie van vreugde, meer dan je metgezellen.’" (Hebreeën 1:8, 9, vergl. Psalm 45:6).

Hierbij werd het patroon gevolgd van de inauguratie van de koningen van Israël en Juda in de oudheid. Het was een letterlijke zalving met olie en een zichtbaar bewijs van hun koningschap. De volgende teksten verklaren dit:

"Toen nam Samuël een kruikje met olie en goot dat over Sauls hoofd uit. Hij kuste hem en zei: ‘Jehovah heeft je beslist tot leider over zijn erfdeel gezalfd". (1 Samuel 10:1).

Een koning werd aangeduid als de 'gezalfde' van Jehovah:

"Toen ze aankwamen, zag hij Eliab. Samuël zei: ‘Dit moet de gezalfde van Jehovah zijn.’" (1 Samuel 16:6).

"Hij zei tegen zijn mannen: ‘Jehovah zou het nooit goedkeuren als ik mijn heer, de gezalfde van Jehovah, iets zou aandoen. Ik kan geen hand tegen hem uitsteken, want hij is de gezalfde van Jehovah.’" (1 Samuel 24:6).

"Toen zei David: ‘Hoe durfde je je hand uit te steken tegen de gezalfde van Jehovah en hem te doden?’" (2 Samuel 1:14).

Het koningschap van Jezus als de Gezalfde van Jehovah wordt als volgt beschreven:

"Waarom is er opschudding onder de naties en mompelen de volken over iets zinloos? De koningen van de aarde stellen zich op en de bestuurders verenigen zich tegen Jehovah en tegen zijn gezalfde. Ze zeggen: ‘Laten we ons bevrijden van hun ketens en hun touwen van ons afschudden! Degene die in de hemel op de troon zit, zal lachen. Jehovah zal hen bespotten. In die tijd zal hij in zijn woede tot hen spreken en hun angst aanjagen met zijn brandende woede. Hij zal zeggen: ‘Ikzelf heb mijn koning geïnstalleerd op Sion, mijn heilige berg.’" (Psalm 2:1-6).

Hogepriester naar de wijze van Melchizedek

Jezus is de eeuwige hogepriester naar de wijze van Melchizedek (Koning van Rechtvaardigheid):

"Elke hogepriester die wordt genomen uit de mensen, wordt ten behoeve van hen aangesteld in de dienst voor God, om gaven en slachtoffers voor zonden te brengen. Hij kan meevoelen met degenen die uit onwetendheid fouten maken, want ook hij wordt geconfronteerd met zijn eigen zwakheden. En daarom moet hij niet alleen offers brengen voor de zonden van het volk maar ook voor die van hemzelf.

Niemand kan zichzelf die eer geven, maar iemand krijgt die alleen als hij door God wordt geroepen, zoals Aäron. Zo heeft ook de Gezalfde niet zichzelf de eer gegeven hogepriester te worden. Dat deed degene die tegen hem zei: ‘Jij bent mijn zoon, vandaag ben ik je vader geworden.’ Ergens anders zegt hij ook: ‘Jij bent voor eeuwig een priester zoals Melchizedek.’

Tijdens zijn leven op aarde heeft de Gezalfde met sterk geroep en tranen gesmeekt en gebeden tot degene die hem uit de dood kon redden, en hij werd verhoord vanwege zijn ontzag voor God. Hoewel hij een zoon was, heeft hij gehoorzaamheid geleerd door wat hij heeft geleden. En toen hij volmaakt was geworden, werd hij verantwoordelijk voor de eeuwige redding van iedereen die hem gehoorzaamt, omdat hij door God is benoemd tot een hogepriester zoals Melchizedek." (Hebreeën 5:1-10).

Ook de hogepriester (Aäron) en zijn zonen werden (als priesters) gezalfd, en Jezus is de eeuwige hogepriester en ook wij zijn priesters:

"Dat is het deel van de vuuroffers voor Jehovah dat gereserveerd moet worden voor Aäron en zijn zonen, de priesters, vanaf de dag dat ze zijn aangeboden om Jehovah als priester te dienen. Op de dag dat Jehovah hen zalfde, gebood hij dat ze dat deel moesten krijgen van de Israëlieten. Het is een blijvend voorschrift voor al hun generaties.”’" (Leviticus 7:35, 36).

"Toen nam Mozes de zalfolie en zalfde de tabernakel en alles wat daarin was, en heiligde dat alles. Daarna spatte hij zeven keer wat van de zalfolie op het altaar, en hij zalfde het altaar, alle bijbehorende voorwerpen en het bekken met onderstel. Zo heiligde hij die. Tot slot goot hij wat van de zalfolie over (de hogepriester) Aärons hoofd uit en zalfde hem. Zo heiligde hij hem." (Leviticus 8:10-12).

"Daarom, heilige broeders, die deelhebben aan de hemelse roeping, denk diep na over de apostel en hogepriester die we erkennen: Jezus." (Hebreeën 3:1).

"Ze zingen een nieuw lied: ‘U bent het waard de boekrol te nemen en de zegels te openen, want u bent geslacht en met uw bloed hebt u mensen voor God gekocht uit alle stammen, talen, volken en landen. U hebt ze gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en ze zullen als koningen over de aarde regeren.’" (Openbaring 5:9, 10).

Bemiddelaar en Wonderbaar Geneesheer

Jezus' rol als gezalfde opent de weg tot genezing van de volkeren:

"...en de boekrol van de profeet Jesaja werd hem overhandigd. Hij opende de boekrol en zocht de plaats op waar stond: ‘Jehovah’s geest rust op mij, want hij heeft mij gezalfd om aan arme mensen goed nieuws te vertellen. Hij heeft mij gestuurd om aan de gevangenen bekend te maken dat ze vrijgelaten zullen worden en aan de blinden dat ze weer zullen zien, om de onderdrukten vrijheid te geven, om Jehovah’s jaar van aanvaarding te prediken.’ Daarna rolde hij de boekrol op, gaf die aan de dienaar terug en ging zitten. Alle ogen in de synagoge waren op hem gericht. Toen zei hij tegen ze: ‘Vandaag is het Schriftgedeelte in vervulling gegaan dat jullie net hebben gehoord.’" (Lukas 4:17-21).

Omdat Jezus door God als eeuwige Koning is aangesteld wordt hij dus terecht aangeduid als 'de Gezalfde van Jehovah' (Psalm 2:2). Jezus betekent 'Jehovah is redding'. Jezus is onze Verlosser, onze Koning en Hogepriester en was op aarde de unieke menselijke vertegenwoordiger van de ene God. Hij heeft geen zonde begaan en hij was het equivalent van Adam en het beeld van de onzichtbare God voordat Adam door God vanwege diens rebellie uit de tuin van geneugte werd verdreven.

Jezus werd op bijzondere wijze verwekt en is uit de dood opgewekt tot een positie aan de rechterhand van God. Hij 'bestond niet', maar ontstond voor het eerst in de baarmoeder van zijn menselijke moeder door de kracht van de heilige geest. Na zijn opstanding heeft hij koninklijke heerschappij ontvangen en heeft hij plaatsgenomen op de troon van onze Vader. Hij is een wonderbaar raadgever, een sterke god, een eeuwige vader en de lang beloofde vredevorst. (Jesaja 9:6).

Jezus is de bemiddelaar tussen God en mensen. Hij leidt ons tot God:

"Het is [Gods] wil dat alle soorten mensen worden gered en nauwkeurige kennis van de waarheid krijgen. Want er is één God en één bemiddelaar tussen God en mensen, een mens, Jezus de gezalfde, die zichzelf gegeven heeft als een overeenkomstige losprijs voor iedereen." (1 Timotheüs 2:4-6).

De Verlosser

Door Jezus’ offerandelijke dood is de Adamitische dood voor altijd tenietgedaan. Doordat wij geloof stellen in de Gezalfde van Jehovah zullen wij eeuwig leven mogen ontvangen.

"Want Gods liefde voor de wereld was zo groot dat hij zijn eniggeboren zoon heeft gegeven, zodat iedereen die in hem gelooft niet vernietigd zal worden, maar eeuwig leven zal hebben. God heeft zijn zoon niet naar de wereld gestuurd zodat hij de wereld zou oordelen, maar zodat de wereld door hem gered zou worden. Wie in hem gelooft, zal niet geoordeeld worden. Wie niet gelooft, is al geoordeeld, omdat hij niet in de naam van de eniggeboren zoon van God heeft geloofd." (Johannes 3:16).

"Het is een vrije gave dat hij ze uit onverdiende goedheid rechtvaardig verklaart op basis van de verlossing door de losprijs die Jezus de gezalfde heeft betaald. God heeft hem gegeven als offer voor verzoening door geloof in zijn bloed. Dat heeft God gedaan om te bewijzen dat hij rechtvaardig was toen hij in zijn verdraagzaamheid de zonden vergaf die in het verleden waren begaan, en om te bewijzen dat hij in deze tijd rechtvaardig is, ja, dat hij ook rechtvaardig zou zijn als hij mensen rechtvaardig verklaart die in Jezus geloven." (Romeinen 3:24-27).

Zalving hangt dus onlosmakelijk samen met koningschap en priesterschap in het koninkrijk van God. In de oudheid vond zalving plaats door het uitgieten van kostbare olie op het hoofd, vanaf de komst van Jezus als eeuwige hogepriester en Gods gezalfde, is zalving het equivalent van de verzegeling met Gods heilige geest. Door deze zalving hebben wij samen met de Heer Jezus deel aan de beloften van een eeuwig koninkrijk en zijn wij opgenomen in het nieuwe verbond dat rechtsgeldigheid heeft vekregen door zijn dood en opstanding en door zijn verkregen eeuwig koningschap en hogepriesterschap.

Zie ook dit artikel: Wie is Jezus

Een pleidooi voor een terugkeer naar het geloof in Jezus, de Messias. Een korte studie als bijdrage tot een herstel van het bijbels geloof. Door Anthony F. Buzzard, MA (Oxon.), MA Th, met toestemming vertaald door Chr. Levi Zoutendijk. Correcties verzorgd door Joachim Kruyswijk.

Bron: Restoration Fellowship


De werking die Gods heilige geest in ons heeft

De heilige geest (רוח קודש [roe'ach kadosh] lett.: heilige adem, wind, geest) waarmee wij verzegeld zijn, is Gods operationele en scheppende kracht en aanwezigheid:

"In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was woest en leeg, en er lag duisternis over het oppervlak van de watermassa. En Gods geest bewoog zich over het oppervlak van het water." (Genesis 1:1, 2).

Dankzij zijn enorme kracht die door zijn geest wordt aangedreven doet Jehovah ontzagwekkende dingen:

"'Met wie kun je me vergelijken? Aan wie kun je me gelijkstellen?’, zegt de Heilige. ‘Sla je ogen op naar de hemel en kijk. Wie heeft die dingen geschapen? Het is degene die ze als een leger leidt naar hun aantal. Hij roept ze allemaal bij naam. Dankzij zijn enorme dynamische energie en ontzagwekkende kracht ontbreekt er niet één.'" (Jesaja 40:25, 26).

God is een geest die wijzelf met geest en waarheid moeten aanbidden:

"God is een Geest, en wie hem aanbidden, moeten hem met geest en waarheid aanbidden." (Johannes 4:24).

In elk van ons als gezalfden is die geest van de Vader werkzaam en de Vader maakt ons - mits wij hem liefhebben als een echte vader en hem met geest en waarheid aanbidden - tot zijn kinderen:

"Allen die door Gods geest worden geleid, zijn namelijk Gods zonen. De geest die jullie hebben gekregen is er niet een van slavernij, wat weer tot angst zou leiden, maar van adoptie als zonen. Door die geest roepen we uit: ‘Abba, Vader!’ De geest zelf getuigt met onze geest dat we Gods kinderen zijn. Als we kinderen zijn, zijn we ook erfgenamen — erfgenamen van God maar mede-erfgenamen met de Gezalfde — maar alleen als we samen lijden zodat we ook samen worden verheerlijkt." (Romeinen 8:14-17).

We moeten ons door Gods geest laten leiden

Dit citaat uit het gedeelte hierboven, laat duidelijk uitkomen dat wijzelf de zaken niet langer besturen maar Gods geest die in ons is en de drijvende kracht is achter elke gedachte, emotie en elke beslissing die wij nemen.

Elk van ons heeft verschillende eigenschappen en kwaliteiten die we aan het Lichaam ten dienste stellen, maar elk van ons ervaart dezelfde emotie die hierboven door onze broeder Paulus zo mooi is beschreven en dat maakt dat wij "volkomen verenigd [zijn] in dezelfde manier van denken en in dezelfde overtuiging". (1 Korinthiërs 1:10).

We moeten God met waarheid aanbidden

Buiten het feit dat wij met de Vader en met zijn geliefde zoon maar ook met elkaar willen 'wandelen in de waarheid', gaat het hier met name om het spreken en handelen met waarheid waarbij bedrog en vooral zelfbedrog worden vermeden en verkeerde redeneringen of drogredenen worden aangepakt en uit onze geest worden gebannen.

Wanneer we ons laten leiden door Gods geest dan zullen direct de verkeerde dingen die we op dat moment doen of denken door ons herkend worden en worden ze geadresseerd, terwijl we in ons hart weten dat we ze zullen moeten aanpakken om verder te kunnen. De Vader doorziet alles en het is zijn wens dat wij rechtvaardig worden en hem zonder smet en in waarheid benaderen net zoals hij ons benadert.

"Doe daarom alle verdorvenheid en elk spoortje van slechtheid weg. Aanvaard met zachtaardigheid het woord dat in je wordt geplant en dat je kan redden.

Luister niet alleen naar het woord maar leef er ook naar, anders bedrieg je jezelf met onjuiste redenaties. Want wie het woord hoort maar er niet naar leeft, is als een man die zijn eigen gezicht in een spiegel bekijkt. Hij kijkt naar zichzelf, gaat weg en vergeet meteen weer hoe hij eruitziet. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet die vrijheid brengt en daaraan vasthoudt, is niet iemand die het hoort en vervolgens vergeet, maar iemand die het in praktijk brengt. En hij zal gelukkig zijn in wat hij doet." (Jakobus 1:21-25).

Strijd tegen onze eigen zonde

De strijd die wij als gezalfden voeren is niet alleen een strijd tegen de slechte geestenmachten in de hemelse gewesten (Efeziërs 6:12). We zullen hierin eerlijk moeten zijn zoals al in het bovenstaande werd beredeneerd, door vooral onszelf in de ogen te kijken en te accepteren dat we bovenal een strijd moeten voeren tegen de zonde die zich in ons eigen lichaam manifesteert:

"Ik ontdek in mijn geval deze wet: als ik het goede wil doen, is het slechte bij mij aanwezig. De mens die ik vanbinnen ben geniet echt van Gods wet, maar in mijn lichaam zie ik een andere wet strijd voeren tegen de wet van mijn verstand en mij een gevangene maken van de wet van de zonde, die in mijn lichaam is. Ongelukkig mens die ik ben! Wie zal mij bevrijden van het lichaam dat deze dood ondergaat? God zij gedankt door Jezus de gezalfde, onze Heer! Met mijn verstand ben ik een slaaf van Gods wet, maar met mijn vlees van de wet van de zonde." (Romeinen 7:21-25).

Wanneer wij in die persoonlijke strijd volharden is de beloning datgene waar we vurig naar uitzien:

"Gelukkig is de man die volhardt onder beproeving, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon van het leven krijgen, die Jehovah beloofd heeft aan degenen die van Hem blijven houden. Laat niemand die een beproeving meemaakt zeggen: ‘Ik word door God op de proef gesteld.’ Want God kan niet met slechte dingen worden beproefd, en zelf beproeft hij ook niemand daarmee. Maar iedereen wordt op de proef gesteld doordat hij door zijn eigen verlangen meegetrokken en verleid wordt. Als het verlangen bevrucht is, baart het zonde, en als de zonde eenmaal volgroeid is, brengt die de dood voort." (Jakobus 1:12-15).

Laten wij onszelf niet te kort doen en de verzekering van eeuwig leven verliezen door kortzichtig te worden en kortzichtig te blijven.


Wedergeboorte, zalving en koningschap door het nieuwe verbond

Nu wij zijn wedergeboren en als christenen (als 'gezalfden') door het leven gaan, helpt Gods geest ons om een leven te leiden in rechtvaardigheid en heiligheid en om in geloof en volharding te groeien teneinde een natie van koningen en priesters te vormen. Onze zalving is een zalving met heilige geest. Hierover zegt Johannes:

"Jullie hebben een zalving van de Heilige en jullie hebben allemaal kennis." (1 Johannes 2:20).

"Die dingen schrijf ik jullie over degenen die proberen jullie te misleiden. En wat jullie betreft: de zalving die jullie van hem hebben ontvangen blijft in jullie, en jullie hebben niemand nodig die je onderwijst. Maar de zalving door hem leert jullie alle dingen en is waar en is geen leugen. Blijf in eendracht met hem, zoals die zalving jullie heeft geleerd." (1 Johannes 2:26, 27).

De ware God is een God van hoop en verlossing. Mede door de profetieën die hij bij monde van zijn heilige profeten heeft laten optekenen, bied hij een anker voor onze ziel.

Wij zijn opgenomen in het nieuwe verbond krachtens het vergoten bloed van de Gezalfde en hebben een glorierijke bestemming als koningen en priesters in het komende koninkrijk van God. Alleen indien wij volharden in geloof en bijbehorende daden en zonder smet voor Gods troon mogen verschijnen, zal God ons belonen met onsterfelijk leven.


De gemeente, een heilige koninklijke priesterschap

Inleiding

Vrijwel onmiddellijk na de dood van Jezus’ apostelen begonnen krachten van de Griekse filosofie en de oosterse mysteriereligies hun invloed uit te oefenen op de (huis)gemeenten van God uit de eerste eeuw. Degenen die zich aan het bijbelse geloof vasthielden, werden steeds minder in aantal en binnen slechts een paar eeuwen vormden zij een verstrooide minderheid. Filosofie en mysteriën wortelden in de opkomende officiële kerkleringen van de vierde en vijfde eeuw, met toenemende vervolging en dood voor iedereen die zou proberen terug te keren naar de wortels van het christelijk geloof zoals dat in de gemeenten van het begin van de eerste eeuw werd geloofd. Tegenwoordig echter is het aantal mensen dat zich aan die oorspronkelijke overtuigingen houdt klein, maar groeit.

Een internationaal volk onder leiding van de Koning der Koningen

Nu wij door geest en water zijn wedergeboren zijn wij opgenomen in het nieuwe verbond. Wij zullen de Koning der Koningen, Jezus als een koninklijke priesterschap mogen ondersteunen bij zijn werk om de natiën tot rechtvaardigheid te brengen zodat zij voor altijd kunnen leven in vredige omstandigheden. Deze belofte kunnen wij alleen verkrijgen indien wij getrouw blijven en zonder smet voor Gods troon mogen verschijnen. Gezamenlijk vormen wij het Lichaam van de Gezalfde. Over onze positie en rol wordt het volgende geschreven:

“Jullie zullen voor mij een koninkrijk van priesters en een heilige natie worden.” (Exodus 19:5).

“Het koninkrijk, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel werden aan het volk van de heiligen van het Opperwezen gegeven. Hun koninkrijk is een eeuwig koninkrijk en alle regeringen zullen hén dienen en gehoorzamen.” (Daniel 7:27).

“Maar jullie zijn ‘een uitverkoren geslacht, een koninklijke priesterschap, een heilige natie, een volk dat een speciaal eigendom is, zodat jullie overal de schitterende eigenschappen bekend zouden maken’ van degene die jullie uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.'” (1 Petrus 2:9).

“U bent het waard de boekrol te nemen en de zegels te openen, want u bent geslacht en met uw bloed hebt u mensen voor God gekocht uit alle stammen, talen, volken en landen. U hebt ze gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en ze zullen als koningen over de aarde regeren." (Openbaring 5:9, 10).

Als het 'Israël Gods' zijn wij een afgescheiden natie en geen deel van de wereld

Als het ware Israël zijn wij geen deel van deze door de Tegenstrever gedomineerde en gecontroleerde wereld maar zijn daarvan afgescheiden voor heilige dienst voor God.

"Want het maakt niet uit of je besneden bent of niet — een nieuwe schepping, daar gaat het om. Allen die volgens deze gedragsregel leven, wens ik vrede en barmhartigheid toe. Zij zijn het Israël van God." (Galaten 6:15, 16).

"Als jullie een deel van de wereld zouden zijn, zou de wereld aan jullie gehecht zijn als iets van haarzelf. Omdat jullie geen deel van de wereld zijn maar ik jullie uit de wereld heb uitgekozen..." (Johannes 15:19).

Het Israël Gods bestaat uit een overblijfsel van natuurlijke Israëlieten en mensen uit de natiën:

"Want niet allen die van Israël afstammen, zijn ook echt ‘Israël’. Ook zijn ze niet allemaal kinderen omdat ze Abrahams nageslacht zijn, want: ‘Wat je nageslacht genoemd zal worden, zal via Isaäk zijn.’ Dat wil zeggen: de natuurlijke afstammelingen zijn niet echt de kinderen van God, maar de kinderen van de belofte worden als het nageslacht gerekend." (Romeinen 9:6-8 e.v.).

"En ik heb nog andere schapen, die niet van deze kooi zijn. Ook die moet ik bij elkaar brengen. Ze zullen naar mijn stem luisteren, en ze zullen één kudde onder één herder worden." (Johannes 10:16).

"Bedenk daarom dat jullie, van afkomst uit de natiën, eens degenen waren die onbesneden werden genoemd door degenen die in het vlees besneden zijn door mensenhanden. In die tijd waren jullie zonder de Gezalfde, vervreemd van de staat Israël. Als vreemdelingen hadden jullie geen deel aan de verbonden van de belofte. Jullie hadden geen hoop en waren zonder God in de wereld. Maar nu zijn jullie, die eens veraf waren, in eendracht met Jezus de gezalfde dichtbij gekomen, door het bloed van de Gezalfde. Want hij is onze vrede. Hij heeft de twee groepen één gemaakt en de scheidsmuur ertussen vernietigd. Met zijn lichaam heeft hij een eind gemaakt aan de vijandschap, de wet met zijn geboden en voorschriften, om van de twee groepen in eendracht met zichzelf één nieuwe mens te maken. Zo bracht hij vrede en verzoende hij door de martelpaal beide groepen in één lichaam volledig met God. Hij heeft met zijn lichaam de vijandschap gedood. Hij is gekomen en heeft het goede nieuws van vrede bekendgemaakt aan jullie die veraf waren en aan hen die dichtbij waren, want via hem hebben wij, beide groepen, door één geest vrije toegang tot de Vader.

 Jullie zijn dus geen vreemdelingen en buitenlanders meer maar medeburgers van de heiligen en leden van het huisgezin van God. Jullie zijn gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus de gezalfde zelf de fundament-hoeksteen is. Het hele gebouw, harmonieus samengevoegd, groeit in eendracht met hem uit tot een heilige tempel voor Jehovah. In eendracht met hem worden ook jullie samen opgebouwd tot een plaats waarin God door geest woont." (Efeziërs 2:11-22).

De profeet Zacharia verwees destijds naar het moment waarop zowel een overblijfsel van natuurlijke Israëlieten als mensen uit de natiën zich zouden aansluiten bij de Israëlietische apostelen die het goede nieuwe zouden bekendmaken met het doel een nieuw volk te vormen onder het nieuwe verbond:

"Dit zegt Jehovah van de legermachten: “Het zal nog gebeuren dat volken en inwoners van vele steden zullen komen. De inwoners van de ene stad zullen naar die van een andere gaan en zeggen: ‘Kom! Laten we gaan om Jehovah’s gunst af te smeken en Jehovah van de legermachten te zoeken. Ik ga zelf ook.’ Vele volken en machtige naties zullen naar Jeruzalem komen om Jehovah van de legermachten te zoeken en om Jehovah’s gunst af te smeken.'
 Dit zegt Jehovah van de legermachten: “In die dagen zullen tien mannen uit alle talen van de volken (עשרה אנשים מכל הגים) het gewaad van een Jood vastgrijpen, ja, ze zullen het stevig vastgrijpen en zeggen: ‘Wij willen met jullie meegaan, want we hebben gehoord dat God met jullie is.’” (Zacharia 8:20-23).

De noodzaak om in eenheid te blijven met de zoon van God en met de Vader

Om te benadrukken hoe levensbelangrijk het is om één te blijven met Jezus en de Vader zegt Jezus het volgende:

"Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Hij haalt elke rank aan mij die geen vruchten oplevert weg, en hij reinigt elke rank die wel vruchten oplevert, zodat die meer vrucht zal dragen. Jullie zijn al rein door het woord dat ik tot jullie heb gesproken. Blijf in eendracht met mij, en ik zal in eendracht met jullie blijven. Net zoals de rank uit zichzelf geen vruchten kan voortbrengen als hij niet aan de wijnstok blijft, zo kunnen ook jullie dat niet als jullie niet in eendracht met mij blijven. Ik ben de wijnstok, jullie zijn de ranken. Als iemand in eendracht met mij blijft en ik in eendracht met hem, dan draagt hij veel vrucht. Want los van mij kunnen jullie helemaal niets doen. Wie niet in eendracht met mij blijft, is als een rank die wordt weggegooid en verdort. Die ranken worden verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. Als jullie in eendracht met mij blijven en mijn woorden in jullie blijven, kun je alles vragen wat je wilt en het zal je worden gegeven. Het eert mijn Vader als jullie veel vrucht blijven dragen en laten zien dat jullie mijn discipelen zijn. Zoals de Vader van mij houdt, houd ik van jullie. Blijf in mijn liefde. Als je je aan mijn geboden houdt, zul je in mijn liefde blijven, zoals ik me ook aan de geboden van de Vader heb gehouden en in zijn liefde blijf.

Die dingen zeg ik tegen jullie, zodat jullie dezelfde vreugde zullen hebben als ik en jullie vreugde compleet zal worden. Dit is mijn gebod: heb elkaar lief net zoals ik jullie heb liefgehad. Niemand heeft grotere liefde dan hij die zijn leven geeft voor zijn vrienden. Jullie zijn mijn vrienden als je doet wat ik je zeg. Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet. Maar ik noem jullie vrienden, want ik heb jullie alles verteld wat ik van mijn Vader heb gehoord. Jullie hebben mij niet uitgekozen, maar ik heb jullie uitgekozen. En ik heb jullie aangesteld om eropuit te gaan en vrucht te dragen — vruchten die blijvend zijn — zodat de Vader je alles zal geven wat je hem in mijn naam vraagt." (Johannes 15:1-16).

Laten wij dus in eendracht blijven met de zoon en met de Vader.


Onze taken en verantwoordelijkheden in het koninkrijk

Onze taken en verantwoordelijkheden als koningen, priesters en slaven van God tijdens de 1000-jarige regering van de Gezalfde, zullen erin bestaan om ervoor te zorgen dat de natiën de volgende twee universele geboden van God geheel in hun hart sluiten:

“Je moet Jehovah, je God, liefhebben met je hele hart, je hele ziel, je hele verstand en je hele kracht.”

“Je moet je naaste liefhebben als jezelf.”

Hierbij zal de offerandelijke dood van Jezus de centrale rol spelen. Door geloof te stellen in het feit dat zijn offer als losprijs werd betaald om de mensheid van de dood los te kopen zodat zij kan worden genezen. Door deze twee universele geboden na te leven, zullen de natiën voor altijd weer in de juiste verhouding kunnen komen met hun liefdevolle Vader en zullen zij kunnen genieten van eeuwig leven onder paradijselijke omstandigheden. (Markus 12:30, 31; Galaten 3:13; Openbaring 21:1-6; Openbaring 22:1, 2).

Die juiste verhouding zal de komende 1000 jaar alleen kunnen worden verkregen in rechtvaardigheid en gestrengheid en zo zullen de volken de wegen van Jehovah moeten leren kennen. Alleen dan kan de nieuwe maatschappij in vrede en voorspoed leven:

"Aan wie overwint en mijn daden tot het einde toe navolgt, zal ik autoriteit over de volken geven — hij zal de mensen hoeden met een ijzeren staf..." (Openbaring 2:26, 27a).

Laten wij ons dus voorbereiden op de rol die ons zal worden toevertrouwd.


Wat betekent heiligheid

Geen deel van de wereld

Heiligheid betekent ‘religieuze reinheid of zuiverheid’. Onder het Hebreeuwse woord qoʹdhesj (קֹדֶשׁ) verstond men oorspronkelijk ook een toestand van afgezonderdheid, exclusiviteit of geheiligd zijn voor God, die heilig is; voor de dienst van God bestemd zijn. In de Griekse vertalingen van de verslagen en de brieven van de apostelen, duiden de met ‘heilig’ (haʹgi·os Grieks: ἅγιος) en ‘heiligheid’ (ha·gi·aʹsmos [ook: 'heiliging']; ha·giʹo·tes; ha·gi·oʹsu·ne) weergegeven woorden eveneens op afzondering voor God; ze worden ook toegepast op heiligheid als eigenschap van God en op de zuiverheid of volmaaktheid van iemands levenswandel.

Als volgelingen van de Gezalfde zijn wij daarom geen deel van deze door de Tegenstrever gedomineerde en gecontroleerde wereld maar zijn daarvan afgescheiden voor heilige dienst voor God.

"Als jullie een deel van de wereld zouden zijn, zou de wereld aan jullie gehecht zijn als iets van haarzelf. Omdat jullie geen deel van de wereld zijn maar ik jullie uit de wereld heb uitgekozen..." (Johannes 15:19).

Mentaliteit en de nieuwe persoonlijkheid

Tezelfdertijd moeten wij in die dienst reinheid en zuiverheid betrachten, ofwel heilig zijn, zonder smet:

"Broeders, op grond van Gods medegevoel smeek ik jullie daarom om je lichaam aan te bieden als een levend slachtoffer, heilig en aanvaardbaar voor God. Dat is een heilige dienst met je denkvermogen. Laat je niet langer door deze wereld vormen, maar word veranderd door je denken te hervormen, zodat je kunt nagaan wat de goede en aanvaardbare en volmaakte wil van God is." (Romeinen 12:1, 2).

"Daarom zeg ik en getuig ik dit in de Heer: ga niet meer de weg die de natiën volgen, met hun doelloze manier van denken. Hun verstand is verduisterd en ze zijn vervreemd van het leven dat van God komt, omdat ze onwetend zijn en een ongevoelig hart hebben. Omdat ze elk moreel besef hebben verloren, hebben ze zich overgegeven aan schaamteloos gedrag om hebzuchtig allerlei onreinheid te beoefenen.

 Maar dat is niet wat jullie over de Gezalfde hebben geleerd, als jullie hem tenminste hebben gehoord en door hem zijn onderwezen in overeenstemming met de waarheid die in Jezus is. Jullie hebben geleerd dat je de oude persoonlijkheid moet wegdoen, die bij jullie vroegere manier van leven hoort en die door haar bedrieglijke verlangens wordt verdorven. En jullie moeten je mentaliteit blijven vernieuwen en de nieuwe persoonlijkheid aandoen, die naar Gods wil werd geschapen in ware rechtvaardigheid en loyaliteit.

 Jullie hebben bedrog weggedaan. Spreek daarom allemaal de waarheid tegen je naaste, want we zijn als lichaamsdelen die bij elkaar horen. Als je kwaad wordt, zondig dan niet. Laat de zon niet ondergaan terwijl je nog boos bent. Geef de Lasteraar geen kans. Laat wie steelt, niet meer stelen maar hard werken en met zijn handen eerlijk werk doen, zodat hij iets kan delen met mensen die het nodig hebben. Laat geen slecht woord uit je mond komen, maar zeg iets goeds dat opbouwt, waar dat maar nodig is. Zo vertel je de ander iets waar hij wat aan heeft. En bedroef Gods heilige geest niet, waarmee jullie verzegeld zijn voor een dag van verlossing door losprijs.

 Doe alle verbittering, boosheid, woede, geschreeuw en beledigende taal weg, en ook alles wat kwetsend is. Wees juist vriendelijk voor elkaar, heb intens medegevoel en vergeef elkaar van harte, net zoals God jullie door de Gezalfde van harte vergeven heeft." (Efeziërs 4:17-32).

Laten wij onbesmet en afgescheiden van de wereld blijven.

Het doel van de bekendmaking van het goede nieuws

Korte inleiding

Nadat Jezus was gedoopt en door de Tegenstrever op de proef was gesteld, begon zijn loopbaan om het 'goede nieuws van het koninkrijk' te verkondigen. Dit goede nieuws verkondigde hij en de apostelen die hij hierna uitkoos, alleen aan de 'verloren schapen van het huis van Israël'. Dit waren de natuurlijke afstammelingen van Jakob of Israël:

“Deze 12 stuurde Jezus eropuit en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de natiën in en ga geen enkele Samaritaanse stad binnen. Ga in plaats daarvan steeds weer naar de verloren schapen van het huis van Israël. Predik onderweg: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak melaatsen rein en drijf demonen uit.” (Mattheüs 10:5-8).

Israël: een koninkrijk van priesters

De reden dat het goede nieuws van het koninkrijk uitsluitend werd verkondigd aan het huis van Israël en aan geen enkel ander volk, lag in het volgende besloten:

“Het was niet omdat jullie het grootste van alle volken waren dat Jehovah genegenheid voor jullie toonde en jullie uitkoos, want jullie waren het kleinste volk van allemaal. Maar het was omdat Jehovah jullie liefhad en omdat hij zich hield aan de eed die hij aan jullie voorvaders gezworen had.” (Deuteronomium 7:7, 8).

Die gezoren eed moest leiden tot het volgende:

“Als jullie precies doen wat ik zeg en jullie je aan mijn verbond houden, dan zullen jullie van alle volken beslist mijn speciale bezit worden, want de hele aarde is van mij. Jullie zullen voor mij een koninkrijk van priesters en een heilige natie worden. Breng die woorden aan de Israëlieten over.” (Exodus 19:5, 6).

Niet alléén dus zouden de Israëlieten een koninkrijk van priesters worden maar dat zouden ze zelfs alléén onder duidelijke restricties kunnen worden namelijk door alle woorden van de wet te volbrengen en Jehovah in alle opzichten te gehoorzamen.

De komst van de profeet, Gods eniggeboren zoon

Het gehoorzamen van de wet met zijn geboden en verboden was echter niet genoeg. De zonde van Adam had zich tot alle mensen uitgebreid. Die zonde bracht vervolgens voor iedereen - ook voor de Israëlieten - de dood voort. Het brengen van dierenoffers alleen was niet voldoende omdat deze offers nooit de waarde van een mens konden evenaren zodat de mens kon worden verlost van de straf op de zonde: de dood.

Paulus beredeneert dit aldus:

“De wet is een schaduw van de toekomstige goede dingen maar niet de werkelijkheid zelf. Daarom kan hij aanbidders nooit met dezelfde slachtoffers die elk jaar opnieuw worden gebracht tot volmaaktheid brengen. Anders zou het brengen van de slachtoffers toch zijn opgehouden? Want als degenen die heilige dienst doen eenmaal gereinigd waren, zouden ze zich niet meer bewust zijn van zonden. Maar deze slachtoffers zijn juist elk jaar een herinnering aan zonden, want het is niet mogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt." (Hebreeën 10:1-4).

Door het houden van de wet en het vooruitzicht als volk om koningen en priesters te worden, zouden de Israëlieten voorbereid worden op de komst van de Profeet die hen zou loskopen van de straf op de zonde, de dood, en om hen te heiligen en tot volmaaktheid te brengen:

“Ik zal uit het midden van hun broeders een profeet voor hen laten opstaan zoals jij, en ik zal hem mijn woorden in de mond leggen. Alles wat ik hem opdraag, zal hij tegen hen zeggen. Wie niet luistert naar de woorden die hij in mijn naam spreekt, zal ik beslist ter verantwoording roepen." (Deuteronomium 18:18, 19).

Deze profeet werd - toen de bestemde tijd gekomen was dat hij zou verschijnen - door de apostelen opgemerkt en geïdentificeerd:

"Filippus kwam Nathanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben degene gevonden over wie in de Wet van Mozes en de Profeten is geschreven. Het is Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.’" (Johannes 1:45).

De bekendmaking van het goede nieuws

We komen nu weer terug op de loopbaan van Jezus en de grootse rol die hij vervulde. Hierbij worden de woorden van Filippus kracht bijgezet:

“Toen ging hij (Jezus) naar Nazareth, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op de sabbat naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen, en de boekrol van de profeet Jesaja werd hem overhandigd. Hij opende de boekrol en zocht de plaats op waar stond: ‘Jehovah’s geest rust op mij, want hij heeft mij gezalfd om aan arme mensen goed nieuws te vertellen. Hij heeft mij gestuurd om aan de gevangenen bekend te maken dat ze vrijgelaten zullen worden en aan de blinden dat ze weer zullen zien, om de onderdrukten vrijheid te geven, om Jehovah’s jaar van aanvaarding te prediken.’ Daarna rolde hij de boekrol op, gaf die aan de dienaar terug en ging zitten. Alle ogen in de synagoge waren op hem gericht. Toen zei hij tegen ze: ‘Vandaag is het Schriftgedeelte in vervulling gegaan dat jullie net hebben gehoord.’” (Lukas 4:16-21).

Vanaf dat moment begon Jezus het koninkrijk Gods wijd en zijd aan de Israëlieten bekend te maken zodat zij - en allen die na hen kwamen - als volk een koninkrijk van priesters zouden worden. Het goede nieuws van het koninkrijk zou daarom niet tot Nazareth beperkt blijven. Jezus gaf hiervoor een duidelijke reden die hij ook eerder in de synagoge in Nazareth had gegeven:

“‘Ik moet ook in andere steden het goede nieuws van Gods Koninkrijk bekendmaken, want daarvoor ben ik gestuurd.’ Hij ging daarom in de synagogen van Judea prediken.” (Lukas 4:43, 44).

Voorlopige conclusie

We zien dus dat de bekendmaking van het goede nieuws exclusief gericht was aan het huis van Israël om van hen uiteindelijk een eeuwig koninkrijk van priesters te maken waarbij alle regeringen hen zouden dienen en gehoorzamen. Dit voorrecht zou geen enkel ander volk ten deel vallen. Of toch wel?

Een nieuw verbond

Hoewel vele Israëlieten gehoor gaven aan de bekendmaking van het goede nieuws, gelovigen werden en werden gedoopt in de naam van Jezus, had het merendeel ervan er geen oren naar en volhardde in de gedachte dat de wet hen tot voordeel zou strekken. Als zij hadden geluisterd naar hun profeten, dan hadden ze kunnen weten dat er een ander verbond zou komen dat werd bekrachtigd door het bloed van Jezus:

“‘Er komt een dag’, verklaart Jehovah, ‘dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda. Het zal anders zijn dan het verbond dat ik met hun voorouders sloot op de dag dat ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden, “mijn verbond dat ze verbroken hebben, hoewel ik hun echte meester was”, verklaart Jehovah.’

‘Dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten’, verklaart Jehovah. ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en in hun hart schrijven. Ik zal hun God worden en zij zullen mijn volk worden.’

‘En niemand zal zijn naaste en zijn broeder nog onderwijzen door te zeggen: “Ken Jehovah!” Want ze zullen mij allemaal kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen’, verklaart Jehovah. ‘Ik zal hun overtredingen vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.’” (Jeremia 31:31-34).

Niet hij is een jood die het uiterlijk is, maar innerlijk, door de besnijdenis van het hart

Paulus beredeneert in zijn brief aan met name de gemeente in Rome dat dit nieuwe verbond ook de natiën omvatte, dus de niet-Israëlieten, aangezien de natuurlijke Israëlieten als volk hun Leider hadden afgewezen. Zie o.a. Romeinen hoofdstuk 11.

Door de eenwording van natuurlijke Israëlieten en mensen uit de natiën onstond het nieuwe 'Israël Gods'. Zie hiervoor de brief van Paulus aan de Efeziërs.


De viering van het avondmaal en het nieuwe verbond

Het avondmaal dat wij met elkaar nuttigen is een letterlijke, eenvoudige maaltijd van ongezuurd brood en rode wijn, ter herinnering of gedachtenis aan de dood van onze Heer Jezus, de gezalfde van Jehovah. Het ongezuurde brood betekent zijn lichaam en de rode wijn betekent het nieuwe verbond dat is bekrachtigd door zijn bloed en dat voor ons allen vergoten is waarmee wij zijn losgekocht uit de greep van de dood. Hiermee geven wij te kennen dat wij in het nieuwe verbond zijn opgenomen en dat wij ons leven danken aan Jezus' offerandelijke dood. Met de beker van de zegening die we zegenen, delen we in het bloed van Jezus. Met het brood dat we breken, delen we in het lichaam van Jezus. Omdat er één brood is, zijn wij één lichaam hoewel we met velen zijn, want we hebben allemaal deel aan dat ene brood. Want elke keer dat wij dit brood eten en uit deze beker drinken, verkondigen wij de dood van de Heer, totdat hij komt.

Hoe belangrijk dit avondmaal voor ons is wordt geïllustreerd door de volgende uitspraak van Jezus:

"‘Echt, ik verzeker jullie: als je het vlees van de mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, heb je geen leven in jezelf. Wie zich met mijn vlees voedt en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en ik zal hem op de laatste dag uit de dood opwekken. Want mijn vlees is echt voedsel en mijn bloed is echte drank. Wie zich met mijn vlees voedt en mijn bloed drinkt, blijft in eendracht met mij en ik met hem. Net zoals de levende Vader mij heeft gestuurd en ik leef dankzij de Vader, zo zal hij die zich met mij voedt, leven dankzij mij. Dit is het brood dat uit de hemel is neergedaald. Het is anders dan wat jullie voorouders aten. Zij aten en zijn toch gestorven. Wie zich met dit brood voedt, zal eeuwig leven.’" (Johannes 6:53-58).

Reeds eerder voorzag de profeet Jeremia het sluiten van een nieuw verbond:

"‘Er komt een dag’, verklaart Jehovah, ‘dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda. Het zal anders zijn dan het verbond dat ik met hun voorouders sloot op de dag dat ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden, “mijn verbond dat ze verbroken hebben, hoewel ik hun echte meester was”, verklaart Jehovah.’
‘Dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten’, verklaart Jehovah. ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en in hun hart schrijven. Ik zal hun God worden en zij zullen mijn volk worden.’
‘En niemand zal zijn naaste en zijn broeder nog onderwijzen door te zeggen: “Ken Jehovah!” Want ze zullen mij allemaal kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen’, verklaart Jehovah. ‘Ik zal hun overtredingen vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.’" (Jeremia 31:31-36).

Het avondmaal herinnert ons eraan dat wij Jezus moeten blijven verwachten:

“Want wat ik van de Heer heb ontvangen, heb ik ook aan jullie doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin hij verraden zou worden een brood nam, een dankgebed uitsprak, het brak en zei: ‘Dit betekent mijn lichaam, dat voor jullie is. Blijf dit doen om mij te gedenken.’ Na de maaltijd deed hij hetzelfde met de beker en zei: ‘Deze beker betekent het nieuwe verbond dat wordt bekrachtigd door mijn bloed. Blijf dit, elke keer dat jullie eruit drinken, doen om mij te gedenken.’ Want elke keer dat jullie dit brood eten en uit deze beker drinken, verkondigen jullie de dood van de Heer, totdat hij komt.” (1 Korinthiërs 11:23-26).

Het avondmaal vormt het contract en de bekrachtiging van het nieuwe verbond waarin wij dankzij het offer van Jezus zijn opgenomen:

"Toen het zover was, ging hij samen met de apostelen aan tafel. Hij zei tegen ze: ‘Ik heb er echt naar verlangd om deze paschamaaltijd met jullie te eten vóór mijn lijden. Want ik zeg jullie: ik zal het niet meer eten tot de vervulling ervan in Gods Koninkrijk.’ Hij nam een beker aan, sprak een dankgebed uit en zei: ‘Neem deze beker en geef hem aan elkaar door, want ik zeg jullie: vanaf nu zal ik niet meer van de vrucht van de wijnstok drinken totdat Gods Koninkrijk komt.’
Hij nam ook een brood en sprak een dankgebed uit. Daarna brak hij het, gaf het aan hen en zei: ‘Dit betekent mijn lichaam, dat voor jullie gegeven zal worden. Blijf dit doen om mij te gedenken.’ Na de maaltijd deed hij hetzelfde met de beker en zei: ‘Deze beker betekent het nieuwe verbond dat wordt bekrachtigd door mijn bloed, dat voor jullie vergoten zal worden." (Lukas 22:14-20).

"Jullie zijn degenen die tijdens mijn beproevingen steeds bij me zijn gebleven. En ik sluit een verbond met jullie voor een koninkrijk, net zoals mijn Vader een verbond met mij heeft gesloten." (Lukas 22:28, 29).

Hoe vaak en op welke datum moet het avondmaal genuttigd worden door gezalfden

Onder het wetsverbond dat God met de Israëlieten sloot, golden periodieke feesten op specifieke dagen in de maand. Deze moesten zij houden wilden zij in leven blijven. Zo werd het Pascha gevierd op de 14e dag van de kalendermaand Nisan ter herinnering aan de snelle uittocht uit Egypte.

"Dit zijn de periodieke feesten voor Jehovah, heilige bijeenkomsten die jullie op de vastgestelde tijd moeten afkondigen: Op de 14de dag van de eerste maand, in de avondschemering, is het Pascha voor Jehovah." (Leviticus 23:4, 5).

Ook Jezus vierde met zijn apostelen dit Pascha kort voordat hij zou sterven. Jezus stond eveneens onder het wetsverbond voor hij door zijn dood en opstanding de wet zou vervullen:

"Ik zeg jullie dat zolang de erfgenaam nog een kind is, hij niet van een slaaf verschilt, ook al is alles zijn eigendom. Tot op de dag die zijn vader van tevoren heeft bepaald, staat hij onder toezicht van verzorgers en beheerders. Zo waren ook wij, toen we kinderen waren, een slaaf van de basisprincipes van de wereld. Maar toen de termijn volledig verstreken was, stuurde God zijn Zoon, die uit een vrouw werd geboren en onder de wet stond, om degenen los te kopen die onder de wet stonden, zodat we als zonen geadopteerd zouden worden." (Galaten 4:4).

Zoals gezegd zou Jezus de wet vervullen en tenietdoen omdat er een nieuw verbond zou worden gesloten:

"Hij heeft de twee groepen één gemaakt en de scheidsmuur ertussen vernietigd. Met zijn lichaam heeft hij een eind gemaakt aan de vijandschap, de wet met zijn geboden en voorschriften, om van de twee groepen in eendracht met zichzelf één nieuwe mens te maken. Zo bracht hij vrede en verzoende hij door de martelpaal beide groepen in één lichaam volledig met God. Hij heeft met zijn lichaam de vijandschap gedood. " (Efeziërs 2:14-16).

"Het handgeschreven document met zijn voorschriften dat tegen ons was, heeft hij uitgewist. Hij heeft het verwijderd door het aan de martelpaal te nagelen." (Kolossenzen 2:14).

Hierom schrijft Paulus:

"Laat niemand jullie oordelen om wat je eet en drinkt of om de viering van een feestdag of de nieuwe maan of een sabbat. Die dingen zijn een schaduw van toekomstige dingen, maar de werkelijkheid is de Gezalfde." (Kolossenzen 2:16, 17).

Het nieuwe verbond werd voorzien door de profeet Jeremia:

"‘Er komt een dag’, verklaart Jehovah, ‘dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda. Het zal anders zijn dan het verbond dat ik met hun voorouders sloot op de dag dat ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden, “mijn verbond dat ze verbroken hebben, hoewel ik hun echte meester was”, verklaart Jehovah.’" (Jeremia 31:31, 32).

De verbondssluiter was Jezus.

Als gezalfden die in dit nieuwe verbond zijn opgenomen is er dus geen noodzaak om het avondmaal te vieren op dezelfde dag als de Israëlieten verplicht waren te doen.

Wij danken onze Heilige Soeverein Jehovah dat hij de mensheid een nieuwe kans biedt op eeuwig leven en op een overvloed van vrede en dat elke tong openlijk erkent dat Jezus de gezalfde is tot eer van God, de Vader. Heilig, heilig, heilig is onze God Jehovah! Amen en amen.


Onze gezamenlijke Tegenstander

What's in a name

In de bijbelvertalingen worden deze woorden niet letterlijk vertaald maar getranscribeerd. Hierdoor wordt de ware betekenis van deze woorden verhuld of gemaskeerd. Zo word het Hebreeuwse woord שָּׂטָן getranscribeerd met 'Satan' en word het Griekse woord διάβολος getranscribeerd met ‘Duivel’.

Wanneer we deze woorden wel letterlijk zouden vertalen dan krijgen ze voor ons de betekenis die ze zouden moeten hebben!

- Zo is de Nederlandse vertaling van het Hebreeuwse woord שָּׂטָן (Satan) = Tegenstrever of Tegenstander.
- De Nederlandse vertaling van het Griekse woord διάβολος (Duivel) = Lasteraar, Leugenaar.

Nu zien we met welke verdorven persoonlijkheid wij van doen hebben: een tegenstrever of tegenstander van al het goede dat onze Vader nastreeft en een lasteraar of leugenaar van de waarheid.

In de geschriften die wij gebruiken zijn de woorden 'Satan' en 'Duivel' daarom letterlijk vertaald. Dit is essentieel omdat hierdoor de ware betekenis van deze woorden in hun volle omvang kunnen worden begrepen en wij stelling kunnen nemen tegen degene die als zodanig wordt aangeduid: de Tegenstrever en Lasteraar, de bovenmenselijke opstandeling die het goede verwerpt en het kwade omarmt, tot nadeel van zichzelf en tot nadeel van de gehele mensheid.

Walgelijke rituele offers

Verwoestende (wereld)oorlogen en onderlinge strijd leveren onnoemelijk veel menselijke offers op, in werking gezet door de 'wilde beesten van de aarde' ofwel, overheden die de burgers als vee beschouwen. Het aantal slachtoffers van communistische staten alleen al is in de laatste eeuw duizelingwekkend te noemen. Stalin, Mao en Pol Pot zijn een paar opvallende exponenten van dit antimenselijke fenomeen.

We weten uit de geschiedenis van de Israëlieten hoe de afgoden werden aanbeden en welke rituelen erbij betrokken waren, iets dat onder de Wet al letterlijk uit den boze was, maar de Tegenstrever en zijn hele clique leven hiervan:

"Je mag niet toelaten dat een van je nakomelingen aan Molech wordt geofferd. Je mag de naam van je God niet op die manier ontheiligen. Ik ben Jehovah." (Leviticus 18:21).

"Zo mag je Jehovah, je God, niet aanbidden, want zij doen voor hun goden alle walgelijke dingen die Jehovah haat. Ze verbranden zelfs hun zonen en dochters voor hun goden." (Deuteronomium 12:31).

Modus operandi

De Tegenstrever is een meester in misleiding en hij is een mastermind waar het aankomt op het bedenken van methoden om zijn hegemonie te verzekeren. Beide eigenschappen gaan hierbij hand in hand. Door zelf volledig in de schaduw te blijven zodat de massa zijn 'hidden hand' van invloed niet waarneemt, is hij in staat langzaam maar zeker zijn doel van totale controle over de mensheid te verwezenlijken en haar Godsbesef te onderdrukken en zelfs te elimineren.

"De grote draak werd daarom neergeworpen, de oorspronkelijke slang, degene die Lasteraar en Tegenstrever wordt genoemd, die de hele bewoonde aarde misleidt." (Openbaring 12:9).

Er staan hem daarbij verschillende middelen ter beschikking zoals het commerciële, religieuze en politieke systeem. Het belangrijkste middel is het politieke systeem waaraan hijzelf uiteindelijk zijn kracht, troon en grote autoriteit zal geven. (Openbaring 13:2). Hiermee bevestigt hij trouwens zijn superieure macht over de rest van de demonen.

‘Pilars of control’

Zijn invloed geldt niet alleen het politieke systeem maar heeft ook betrekking op religie, economie en commercie en op de media. Feitelijk zijn dit de ‘pilars of (total) control’:
1. Politiek;
2. Religie;
3. Economie en commercie;
4. Media (zowel mainstream als veel van de 'alternatieve' media).

De macht van de media als instrument om te censureren en te hersenspoelen is enorm en zeker de laatste tijd is de macht van social media (big tech) goed tot uitdrukking gekomen.

Heerser der demonen

De macht van de Tegenstrever is enorm zoals uit zijn woorden blijkt toen hij Jezus op de proef stelde:

"Daarop nam de Lasteraar hem (Jezus) mee naar een hooggelegen plaats en liet hem in een ogenblik alle koninkrijken van de bewoonde aarde zien. Toen zei de Lasteraar tegen hem: ‘Ik zal je de macht geven over al deze koninkrijken met hun pracht en praal, want die is mij in handen gegeven en ik geef die aan wie ik maar wil." (Lukas 4:6).

Bij een bepaalde gelegenheid kreeg de profeet Daniel van een machtig goddelijk wezen die vanuit Jehovah was uitgestuurd, essentiële informatie over de wijze waarop het politieke bestel wordt bestuurd:

"‘Weet je waarom ik bij je gekomen ben? Ik ga zo terug om met de vorst van Perzië te strijden. En als ik vertrek, komt de vorst van Griekenland." (Daniel 10:20).

Deze engel werd 21 dagen opgehouden door de (demonen)vorst van het koninkrijk Perzië voor hij kon doordringen:

"Maar de vorst van het koninkrijk Perzië bood me 21 dagen lang tegenstand. Toen kwam Michaël, een van de voornaamste vorsten, mij te hulp..." (Daniel 10:13).

Het huis van de Tegenstrever is niet hetzelfde als het huis van God, waar vrede heerst en allen die van dat huis deel uitmaken, één doel hebben en dat is hun Vader uit liefde dienen. Hierdoor bestaat er geen verdeeldheid.

Die verdeeldheid is er wel aan de andere zijde want alle engelen die de zijde van de Tegenstrever hebben gekozen deden dat waarschijnlijk uit eigenbelang en trots net zoals de Tegenstrever zelf. Dit betekent dat we het huis van de Tegenstrever zouden kunnen vergelijken met de cosa nostra waar alle maffialeden hun eigen doelen nastreven maar door de bendeleider in toom worden gehouden. Er is uiteindelijk slechts één doel dat telt en dat is het doel van de bendeleider.

Menselijke pionnen

Top-down belanden we dan bij een corrupte laag van mensen in cruciale topposities in overheid en bedrijfsleven die - zonder het zelf te (willen) beseffen - de diabolische doelen van de bendeleider uitvoeren.

"Maar slechte mensen en bedriegers zullen van kwaad tot erger vervallen. Ze misleiden anderen en worden zelf misleid." (2 Timotheüs 3:13).

Via een door demonen gestuurde sektarische toplaag, aangevuld met hooggeplaatste vrijmetselaars en de '1000 punten van licht' (allerlei invloedrijke private instituten, ngo's, stakeholders in banken, captains of industry van multinationals en gekochte media e.d.), wordt de uitgezette lijn gevolgd en uitgewerkt tot het einddoel van totale controle is bereikt. Op dit moment in de geschiedenis zijn we aanbeland bij het ultieme sluitstuk van een genocidaal en anti-menselijk plan dat binnenkort voor altijd afgekapt zal worden door de Vredevorst.

Uitputting van de gezalfden

Zoals we in Verdrukking en vervolging van de heiligen en De 'vastgestelde tijden der natiën' zien is het ultieme doel van de Tegenstrever de vernietging van de gezalfden die vasthouden aan de geboden van God en aan het getuigenis geven omtrent Jezus.

"Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste en hij zal de heiligen van het Opperwezen voortdurend bestoken." (Daniel 7:25).

Het woord dat Daniel hier gebruikt en dat is vertaald met 'voortdurend bestoken' is een oud Aramees woord יְבַּלֵּא van de stam בְּלָא (b'la) en betekent 'voortdurend uitputten, vermoeien, verslijten, lastig vallen'. Het is een oorlog tegen de geest van de gezalfden en de Lasteraar zal bekende dwangmaatregelen op hen toepassen zodat zij zwichten en toegeven. Dit is een waarschuwing voor ons. Niet alleen door een sterk geloof en de vaste overtuiging dat onze Heer ons zal redden volharden we en doorstaan we, maar ook door het kennen van effectieve en beproefde psychologische marteltactieken.

In 'Biderman's Chart of Coercion' komen we de volgende dwang -en marteltechnieken tegen:

Isolatie
● Berooft individu van sociale steun, waardoor hij effectief niet in staat is weerstand te bieden
● Maakt individu afhankelijk van de ondervrager
● Ontwikkelt een intense bezorgdheid over zichzelf

Monopolisering van perceptie
● Vestigt de aandacht op onmiddellijke hachelijke situatie; bevordert introspectie
● Elimineert prikkels die concurreren met die welke worden gecontroleerd door de ontvoerder
● Frustreert alle acties die niet in overeenstemming zijn met de naleving

Opgewekte zwakte en uitputting
● Blootstelling aan dit soort spirituele mishandeling veroorzaakt uitputting door spanning, stress, angst en een voortdurende poging om aan de groepsnormen te voldoen. Men moet vaak uitingen van angst, verdriet of woede vermijden, omdat deze kunnen leiden tot spot of straf.

Tijdelijke verzachting van maatregelen en straf
● Motiveert voor naleving

Het individu vernederen
● Creëert angst voor vrijheid en afhankelijkheid van ontvoerders
● Creëert gevoelens van hulpeloosheid
● Ontwikkelt gebrek aan vertrouwen in individuele capaciteiten.

Onze strijd is tegen de Lasteraar en tegen zijn demonische horden

Hoewel menselijke pionnen ons als mensen heel veel kwaad kunnen berokkenen, wordt de strijd tegen ons op een veel hoger niveau gevoerd:

"Tot slot, blijf kracht putten uit de Heer en uit zijn grote macht. Trek de complete wapenrusting van God aan, zodat je stand kunt houden tegen de listen van de Lasteraar. Want we hebben een strijd te voeren, niet tegen vlees en bloed, maar tegen de regeringen, tegen de autoriteiten, tegen de wereldheersers van deze duisternis, tegen de slechte geestenmachten in de hemelse gewesten. Doe daarom de complete wapenrusting van God aan om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en om goed voorbereid stand te kunnen houden."

 Houd dus stand, met de waarheid als gordel om je middel, met rechtvaardigheid als borstharnas en met de bereidheid om het goede nieuws van vrede bekend te maken als sandalen aan je voeten. Draag daarnaast het grote schild van het geloof, waarmee je alle brandende pijlen van de goddeloze zult kunnen uitdoven. Draag ook de helm van redding en het zwaard van de geest, Gods woord. Bid steeds bij elke gelegenheid door geest, met gebeden en smeekbeden in elke vorm. Blijf daarom wakker en smeek voortdurend voor alle heiligen. Bid ook voor mij: dat als ik mijn mond opendoe, ik de woorden vind om vrijmoedig het heilige geheim van het goede nieuws bekend te kunnen maken, waarvoor ik een gezant in boeien ben, en dat ik er zo vrijmoedig over mag spreken als ik zou moeten." (Efeziërs 6:10-20).

Dit betekent dus dat we ons moeten wapenen tegen juist dié krachten omdat zij de oorzaak van onze verdrukking zijn:



Afbeelding.
(1). De helm der redding,
(2). de waarheid als gordel om je midden,
(3). de bereidheid om het goede nieuws van vrede
bekend te maken als sandalen aan je voeten,
(4). met rechtvaardigheid als borstharnas,
(5). het zwaard van de geest, Gods woord,
(6). het grote schild van het geloof, waarmee je alle
brandende pijlen van de goddeloze zult kunnen uitdoven.

Het einde van demonische en menselijke heerschappij

Gods koninkrijk zal definitief korte metten maken met iedereen die de soevereiniteit van de Allerhoogste in de weg staat. Zie hiervoor
Fase 1: De Tegenstrever wordt uit de hemel geworpen en verliest de strijd en
Fase 2: De oorlog van Harmageddon (en de psychologische uitwerking ervan op de 'heerser der demonen').

Gods koninkrijk

Het koninkrijk van God is het instrument waarvan Jehovah zich bedient om zijn liefde en zijn soevereiniteit ten opzichte van zijn schepselen tot uitdrukking te brengen en om een einde te maken aan menselijke tirannie. Deze term wordt vooral gebruikt als aanduiding voor de manifestatie van Gods soevereiniteit door middel van de koninklijke regering in handen van zijn Zoon Jezus de gezalfde. Het „koninkrijk” kan betrekking hebben op de heerschappij van degene die als Koning is gezalfd of op het aardse domein waarover die koninklijke regering heerschappij uitoefent.

Een werkelijke regering

"In de dagen van die koningen zal de God van de hemel een koninkrijk oprichten dat nooit vernietigd zal worden. En dat koninkrijk zal nooit aan een ander volk worden overgedragen. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken. Als enige zal het eeuwig blijven bestaan," (Daniel 2:44);

"Het koninkrijk, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel werden aan het volk van de heiligen van het Opperwezen gegeven. Hun koninkrijk is een eeuwig koninkrijk en alle regeringen zullen hen dienen en gehoorzamen.” (Daniel 7:27);

"Hij (Jezus) zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal voor eeuwig als Koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn Koninkrijk zal geen eind komen.’" (Lukas 1:32, 33);

"‘Het koninkrijk van de wereld is het Koninkrijk van onze Heer en van zijn Gezalfde geworden, en hij zal voor altijd en eeuwig als koning regeren.’" (Openbaring 11:15);

"‘Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Jehovah God, Almachtige. Rechtvaardig en betrouwbaar zijn uw wegen, Koning van de eeuwigheid.'" (Openbaring 15:3);

"En ik zag tronen, en degenen die erop zaten kregen autoriteit om te oordelen. Ik zag de zielen van hen die terechtgesteld waren omdat ze getuigenis hadden gegeven van Jezus en hadden gesproken over God, en van hen die het wilde beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en die niet het merkteken op hun voorhoofd of op hun hand hadden gekregen. Ze kwamen tot leven en regeerden als koningen met de Gezalfde, 1000 jaar lang." (Openbaring 20:4);

Eeuwige zegeningen voor de gehele mensheid

De bijbel staat vol zegeningen die onder het bestuur van de grote Koning Jezus de gezalfde, deel worden van het dagelijkse leven. Hieronder enkele van die zegeningen. Oorlogen zullen tot het verleden behoren. De menselijke geschiedenis is doortrokken van strijd. Onder Gods koninkrijk zullen oorlogen voorgoed tot het verleden behoren:

“Hij zal rechtspreken onder de naties en de zaken rechtzetten in verband met veel volken. Ze zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen natie zal het zwaard trekken tegen een andere natie, en oorlog zullen ze niet meer leren.” (Jesaja 2:4).

De distributie en de kwaliteit van voedsel staat onder grote druk. Onder Gods koninkrijk zal dit voorgoed tot het verleden behoren:

“Op deze berg zal Jehovah van de legermachten voor alle volken een feestmaal klaarmaken, een feestmaal met heerlijke gerechten, een feestmaal met uitgelezen wijn, met heerlijke gerechten rijk aan merg, met uitgelezen, zuivere wijn.” (Jeremia 25:6).

Vrede met- en bescherming door God zelf:

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de vroegere hemel en de vroegere aarde waren voorbijgegaan, en de zee is er niet meer. Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, bij God vandaan uit de hemel neerdalen, klaar als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Toen hoorde ik een luide stem vanaf de troon zeggen: ‘Kijk! De tent van God is bij de mensen en hij zal bij hen wonen. Ze zullen zijn volk zijn en God zelf zal bij hen zijn. Hij zal elke traan uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn. Er zal geen rouw, geen gehuil en geen pijn meer zijn. De dingen van vroeger zijn voorbij.’” (Openbaring 21:1-4).

"Er zal geen enkele vervloeking meer zijn. De troon van God en van het Lam zal in de stad staan. Zijn slaven zullen heilige dienst voor hem doen. Ze zullen zijn gezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofd staan. Ook zal er geen nacht meer zijn. Ze hebben geen licht nodig van lamp of zon, want Jehovah God zal hen verlichten. Ze zullen als koningen regeren voor altijd en eeuwig." (Openbaring 22:3-5).

Met recht kunnen we stellen dat het koninkrijk eeuwige zegeningen zal tot stand zal brengen tot (toekomstig) geluk van de gehele mensheid.

De kracht van Jezus' illustraties

Illustraties zijn een krachtig middel om de heilige geheimen van het koninkrijk duidelijk te maken:

"Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten. Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond. Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties [...] Jezus vertelde mensen al die dingen door middel van illustraties. Hij vertelde hun niets zonder illustraties, zodat vervuld zou worden wat via de profeet was gezegd: ‘Ik zal mijn mond openen met illustraties, ik zal dingen verkondigen die vanaf de grondlegging verborgen zijn geweest.’" (Mattheus 13:1-3; Mattheus 13:34, 35; Psalm 78:2).

Tevens vormen ze een middel om de zonen van het koninkrijk uit te ziften:

"Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten. Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond. Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties." (Mattheus 13:1-3).

"De discipelen kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Waarom gebruik je illustraties als je hen toespreekt?’ Hij antwoordde: ‘Jullie hebben het voorrecht de heilige geheimen van het Koninkrijk van de hemel te begrijpen, maar zij niet. Want wie heeft, zal meer krijgen en zelfs overvloed hebben. Maar van wie niets heeft, zal zelfs wat hij heeft worden afgenomen.'" (Mattheus 13:10-12).

"Daarop zei hij: ‘Ga en zeg tegen dit volk: “Jullie zullen steeds weer horen maar niet begrijpen. Jullie zullen steeds weer zien maar geen kennis krijgen.” Maak het hart van dit volk ongevoelig, stop hun oren toe en smeer hun ogen dicht, zodat ze niet met hun ogen zien en niet met hun oren horen, zodat hun hart niet begrijpt en ze niet terugkeren en genezen worden.’" (Jesaja 6:9, 10).

"Bovendien roept Jesaja over Israël uit: ‘Al zou het aantal Israëlieten als het zand aan de zee zijn, alleen het overblijfsel zal worden gered.'" (Romeinen 9:27).

Deze zifting gebeurde op basis van hun geloof, niet vanwege het volgen van mensengeboden en allerlei religieuze rituelen en wetten:

"...dat Israël, dat een wet van rechtvaardigheid nastreefde, die wet niet heeft bereikt. Om welke reden? Omdat ze dachten dat te kunnen bereiken door werken, niet door geloof. Ze zijn gestruikeld over de ‘steen waarover men struikelt’, zoals er staat geschreven: ‘Kijk! Ik leg in Sion een steen waarover men struikelt en een rotsblok waarover men valt, maar wie zijn geloof erop bouwt, zal niet worden teleurgesteld." (Romeinen 9:30-33).

Dit is een krachtige waarschuwing voor ons:

"Wat hun allemaal overkwam was een voorbeeld en is opgeschreven als een waarschuwing voor ons, op wie het einde van de tijdperken af komt." (1 Korinthiërs 10:11).

Jezus' illustratie oefenen kracht uit en zijn het toonbeeld van God's wijsheid.