Gog van Magog

Inleiding

De Openbaring beschrijft de situatie die ontstaat nadat de 1000 jaar zijn geëindigd en de Tegenstrever uit zijn gevangenis is losgelaten.

“Zodra de 1000 jaar voorbij zijn, zal de Tegenstrever uit zijn gevangenis worden vrijgelaten. Hij zal eropuit gaan om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden om hen voor de oorlog te verzamelen. Hun aantal is als het zand van de zee. Ze rukten op over de hele aarde en omsingelden het kamp van de heiligen en de geliefde stad. Maar er kwam vuur uit de hemel dat hen verteerde. En de Lasteraar, die hen misleidde, werd in het meer van vuur en zwavel gegooid, waar het wilde beest en de valse profeet al waren. Ze zullen dag en nacht gepijnigd worden, voor altijd en eeuwig.” (Openbaring 20:7-10).

Hieronder vinden we het scenario en de stappen die leiden tot de vernietiging van Gog en Magog en de Tegenstrever die hen bijeen verzamelt:

 1. De 1000 jaar zijn geëindigd;
 2. De Tegenstrever wordt uit zijn gevangenis losgelaten;
 3. De Tegenstrever trekt erop uit om Gog en Magog (de talrijke volken) te misleiden;
 4. De Tegenstrever verzamelt Gog en Magog tot oorlog;
 5. Gog en Magog rukken op over de hele aarde;
 6. Gog en Magog omsingelen het kamp van de heiligen en de geliefde stad;
 7. Er komt vuur uit de hemel dat Gog en Magog verteert (en vernietigt);
 8. De Tegenstrever wordt vernietigd.

Hierna zullen alle dingen blijvend zijn hersteld.

Verkeerde conclusies

Veel religieuze individuen en groeperingen plaatsen de hier beschreven gebeurtenis in de zeer nabije toekomst als opmaat naar Harmageddon. Dit komt met name door de misplaatste aanname dat de huidige politieke staat Israël die in 1948 is ontstaan, een directe vervulling van bijbelse profetieën is. Hierdoor leest men de profetie verkeerd en worden dus ook de verkeerde conclusies getrokken, net zoals dit gebeurt ten aanzien van onder andere de relatie tussen God en Jezus (drie-eenheid), de toestand waarin de doden verkeren (onsterfelijke ziel) of het naar de hemel gaan van een selecte groep gelovigen (rapture).

Een analyse van Openbaring 20:7-9 en Ezechiël 38:1-22

Ezechiël 38 is te lang om hier te beschrijven, maar laten we een vergelijking maken met het parallelle gedeelte uit Openbaring 20:7-10:


Openbaring 20:7-9, Gog en Magog



Ezechiël 38:1-22, Gog van Magog

20:"7: "Zodra de 1000 jaar voorbij zijn zal de Tegenstrever uit zijn gevangenis worden vrijgelaten…"

20:7, 8: “…Hij zal eropuit gaan om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden om hen voor de oorlog te verzamelen. Hun aantal is als het zand van de zee….”




20:9a: “…en [zij] omsingelden het kamp van de heiligen en de
geliefde stad…”


20:9b: "…Maar er kwam vuur uit de hemel dat hen verteerde.”

38:8: "Na veel dagen zal er aandacht aan je worden besteed."


38:1: "'Mensenzoon, richt je blik op Gog van het land Magog... 38:3, 9: "Ik zal je omkeren, haken in je kakend slaan en je laten uittrekken met je hele leger — paarden en ruiters, allemaal in prachtige kleding en bewapend met het zwaard — een enorm leger met grote en kleine schilden…Je zult [tegen ze] optrekken als een storm, en je zult het land bedekken als wolken, jij en al je troepen en veel volken met je.'"

38:11: "Ik zal optrekken tegen degenen die onbezorgd en in veiligheid wonen, allemaal in nederzettingen die niet beschermd zijn door muren, grendels of poorten.”

38:22 : "…Ik zal een stortregen, hagelstenen, vuur en zwavel laten neerkomen op hem, op zijn troepen en op de vele volken bij hem."

Afgekeerd van het 'zwaard'

Ezechiël 38:8 maakt duidelijk dat het 'Israël' waartegen de Tegenstrever en zijn horden zullen opkomen, 'uit vele volken' (מֵעַמִּים רַבִּים [mee'amíem rabíem]) is samengesteld. Het maakt tevens duidelijk dat dit 'Israël' zich heeft afgekeerd van het 'zwaard' (oorlogvoering) (מְשׁוֹבֶבֶת מֵחֶרֶב - [m'shoewèwet meechèrev] zie Strong's Concordance - 7725).

"Na vele dagen zult u bezocht worden; in de laatste jaren zult u komen in het land dat is teruggebracht van het zwaard, dat uit vele volken is verzameld, op de bergen van Israël, die lang woest hadden gelegen. De bewoners van dat land zijn bijeengebracht uit de volken, en ze wonen allemaal in veiligheid. Je zult tegen ze optrekken als een storm, en je zult het land bedekken als wolken, jij en al je troepen en veel volken met je.” (Ezechiël 38:8, 9).

Het vergelijkbare verslag uit de Openbaring plaatst deze gebeurtenis ver in de toekomst:

"Zodra de 1000 jaar voorbij zijn, zal de Tegenstrever uit zijn gevangenis worden vrijgelaten. Hij zal eropuit gaan om de volken aan de vier hoeken van de aarde, Gog en Magog, te misleiden om hen voor de oorlog te verzamelen. Hun aantal is als het zand van de zee. Ze rukten op over de hele aarde en omsingelden het kamp van de heiligen en de geliefde stad." (Openbaring 20:7-9).

Als heiligen en 'inwoners' van het werkelijke 'Israël Gods' zijn wij 'teruggebracht van het zwaard' en hebben oorlog afgezworen door de wet van de liefde toe te passen en neutraal te staan ten opzichte van de geschillen van de natiën vereenigd onder 'David', de Koning en Gezalfde van Jehovah, Jezus:

"Dit is wat Jesaja, de zoon van Amoz, heeft gezien over Juda en Jeruzalem: Aan het einde van de dagen zal de berg van Jehovah’s huis stevig bevestigd worden boven de top van de bergen en verheven worden boven de heuvels, en daarheen zullen alle volken stromen. Vele volken zullen komen en zeggen: ‘Kom, laten we naar de berg van Jehovah gaan, naar het huis van de God van Jakob. Hij zal ons zijn wegen leren en wij zullen zijn paden bewandelen.’ Want de wet zal uit Sion komen, het woord van Jehovah uit Jeruzalem. Hij zal rechtspreken onder de naties en de zaken rechtzetten in verband met veel volken. Ze zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen natie zal het zwaard trekken tegen een andere natie, en oorlog zullen ze niet meer leren." (Jesaja 2:1-4, vergelijk Micha 4:1-3).

Het is evident dat de profetie niet spreekt over de huidige seculiere staat Israël dat tot de tanden toe bewapend is en net als alle andere natiën deel uit maakt van het satanische politieke systeem. De huidige staat 'Israël' is een gotspe en een creatie van de Rothschilds en het verafschuwt de Gezalfde en zijn volgelingen.

De parallel tussen beide verslagen

Terug naar onze analyse. Zien we de parallel? Wat Ezechiël hier beschrijft is dezelfde reeks van gebeurtenissen die we tegenkomen in het gedeelte van Openbaring 20:7-10. Velen passen het verslag van Ezechiël helaas op de huidige tijd toe zonder goed te lezen en zonder goed de context te beschouwen, maar een vergelijking van beide verslagen dwingt tot een andere conclusie. Zij lezen er iets in dat er niet staat.

Het verslag van Ezechiël is passend voor de tijd waarin de profeet leefde en bevat dus de taal, beeldspraak en geografie van die tijd, maar de kern is - zoals de analyse laat zien - ontegenzeggelijk dezelfde als het gedeelte uit de Openbaring.

Ezechiël hoofdstuk 39 gaat dan gedetailleerder in op het voorgaande en is hier samengevat:
- Gog en troepen vernietigd (1-10)
- Begraven in Dal van Hamon-Gog (11-20).

Niet alles in de Openbaring is tijdsvolgordelijk. We moeten goed de context beschouwen en met kennis en inzicht te werk gaan. Vanaf vers 21 tot en met 29 zien we dat de profeet Ezechiël het herstel van Israël en de uitstorting van de Gods geest beschrijft. Daarvoor moeten we verwijzen naar Handelingen 15:16, 17, waar staat:

"Hierna zal ik terugkomen en de ingestorte tent van David weer oprichten. Ik zal de puinhopen herbouwen en de tent herstellen, zodat de mensen die overblijven Jehovah oprecht gaan zoeken, samen met mensen uit alle volken, mensen die naar mijn naam zijn genoemd, zegt Jehovah, die deze dingen doet, die sinds de oudheid bekend zijn.” (Handelingen 15:16, 17).

Hier haalt Jakobus de profetie van Amos aan die naar deze gebeurtenis vooruit wees:

"Op die dag zal ik de ingestorte hut van David oprichten, ik zal de bressen dichtmaken en de puinhopen herbouwen. Ik zal hem herstellen als in de dagen van vroeger, zodat ze in bezit kunnen nemen wat er over is van Edom en van alle volken waarover mijn naam is uitgeroepen”, verklaart Jehovah, die dit doet.” (Amos 9:11, 12).

Op deze wijze zijn het herstel van Israël (de verzen 21-29) en de uitstorting van Gods geest op Israël (vers 29) in vervulling gegaan.

Conclusie

Ezechiël en Johannes beschrijven dezelfde situatie.