Verdrukking, vervolging en redding van de heiligen

Samenvatting

De grote verdrukking is een situatie waarbij wij allen geconfronteerd zullen worden met een verdere toename van ernstig verstorende gebeurtenissen op wereldschaal. Te denken valt aan escalaties door lokale en zelfs intercontinentale oorlogen en conflicten, toenemende sociale onlusten en hongersnoden en grote wereldschokkende gebeurtenissen die nooit eerder in de menselijke geschiedenis zijn voorgekomen. De apostelen hebben hierover in hun verslagen geschreven. We kunnen wel zeggen dat deze verdrukking startte met het begin van de Eerste Wereldoorlog.

Deze verdrukking zal alleen maar toenemen en ze zal leiden tot de oorlog van Harmageddon en tot de installatie van Gods koninkrijk dat alle bestaande menselijke regeringen zal vernietigen en zal vervangen. De loyaliteit van de mensheid ten opzichte van het Opperwezen vormt haar ultieme en beslissende beproeving:

“Schrijf aan de engel van de gemeente in Filadelfia: Dit zegt hij die heilig is, de ware, die de sleutel van David heeft — als hij opent kan niemand sluiten en als hij sluit kan niemand openen: “Ik ken je daden. Kijk, ik heb een deur voor je geopend die niemand kan sluiten. Ik weet dat je nog een beetje kracht hebt, en je hebt mijn woord nageleefd en bent niet ontrouw geweest aan mijn naam. Luister! Ik zal degenen van de synagoge van de Tegenstrever die zeggen dat ze Joden zijn en het niet zijn, maar liegen — luister, ik zal ze laten komen en ze voor je voeten laten neerbuigen en ze laten weten dat ik van je houd. Omdat je het woord over mijn volharding hebt nageleefd, zal ik jou beschermen in het uur van beproeving, dat over de hele bewoonde aarde moet komen om hen die op aarde wonen, op de proef te stellen. Ik kom vlug. Blijf vasthouden aan wat je hebt, zodat niemand je je kroon afneemt.” (Openbaring 3:7-11).

Hoewel het speculatief is, mag verwacht worden dat - met het oog op baanbrekende geopolitieke strategieën zoals 'Agenda 21', 'Agenda 2030', de zgn. 'Vierde Industriële Revolutie' en het daarbij behorende 'Build Back Better' - de wereld zoals wij die momenteel kennen, rigoureus zal veranderen in de komende tijd, een verandering die we nu reeds waarnemen.

In de laatste fase van die verdrukking zal het politieke systeem oorlog voeren tegen de getrouwe gezalfden die niet willen buigen voor de tot godheid verheven staat. De vervolging die dit met zich brengt zal 3,5 jaar beslaan en komt met rasse schreden naderbij. Hierna zal het politieke systeem - en allen die het ondersteunen - tijdens de Oorlog van de Grote Dag van God de Almachtige worden vernietigd. (Daniel 7:23-29; Openbaring 6; Openbaring 11:7-10; Openbaring 12:13-17; Openbaring 13:5-18). Het zal er steeds meer toe leiden dat de mensheid bevangen zal worden door angst en verwachting omtrent de gebeurtenissen die over haar heen komen, culminerend in de komst van de Gezalfde:

“Ook zullen er tekenen zijn in de zon, de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken doodsbang zijn en geen uitweg weten vanwege het gebulder van de woeste zee. De mensen zullen bezwijken van angst en spanning om wat er over de bewoonde aarde komt, want de hemelse krachten zullen worden geschud. En dan zullen ze de Mensenzoon in een wolk zien komen met kracht en grote majesteit. Als die dingen beginnen te gebeuren, ga dan rechtop staan en hef je hoofd op, want je bevrijding is dichtbij.’” (Lukas 21:25-28).

De verdrukking van Jeruzalem in relatie tot de grote verdrukking van de heiligen

De vraag wanneer dit zou plaatsvinden hield de apostelen van Jezus bezig. Zittend op de Olijfberg in Jeruzalem en van een afstand kijkend naar de prachtige tempel aldaar, zei Jezus het volgende:

“Zien jullie dit allemaal? Ik verzeker jullie: Er zal hier niet één steen op de andere blijven. Alles zal worden afgebroken.” (Mattheus 24:2).

Dit horend stelden de apostelen hem daarom de volgende (tweeledige) vraag:

“‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren? En wat zal het teken zijn van je aanwezigheid en van het einde van het tijdperk?’” (Mattheus 24:3).

Het antwoord dat Jezus gaf is eveneens tweeledig maar is door hem zodanig verpakt dat het belangrijk is te analyseren op welk tijdperk het betrekking heeft. Het antwoord op de eerste vraag heeft betrekking op de situatie in Jeruzalem met haar tempel. Hierover zei Jezus het volgende:

“Wanneer jullie daarom het walgelijke ding dat verwoesting veroorzaakt, waarover de profeet Daniël sprak, in een heilige plaats zien staan (lezer, gebruik inzicht), dan moeten degenen die in Judea zijn naar de bergen vluchten. Wie op het dak is, moet niet naar beneden gaan om spullen uit zijn huis te halen, en wie op het veld is, moet niet teruggaan om zijn bovenkleed op te halen. Wee de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Blijf bidden dat jullie niet in de winter of op de sabbat hoeven te vluchten.” (Mattheus 24: 17-20).

In het parallelle verslag van de apostel Lukas is het zo weergegeven:

“Maar wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad dichtbij is. Dan moeten degenen die in Judea zijn, naar de bergen vluchten, en degenen die in de stad zijn, moeten vertrekken. En wie op het land is, moet niet de stad in gaan, want dit zijn dagen waarin het oordeel wordt voltrokken zodat alles wat geschreven staat, zal worden vervuld. Wee de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal veel ellende over het land komen en dit volk zal zwaar gestraft worden. Ze zullen door het zwaard omkomen of als gevangenen naar alle volken worden weggevoerd.” (Lukas 21:20-24).

De val en vernietiging van de tempel in Jeruzalem vond plaats in het jaar 70 n. Chr. door de Romeinse legers onder aanvoering van generaal Titus. De gezalfden die aandacht hadden besteed aan Jezus' woorden, vluchtten naar de bergen van Judea toen zij deze omsingeling waarnamen. Zij ontsnapten daarmee dus aan verdrukking, maar het is niet de 'grote verdrukking', want die zal worden gevolgd door de totale omverwerping van het huidige systeem.

Het tweede deel van Jezus’ antwoord heeft betrekking op de grote verdrukking die over het Lichaam van de Gezalfde zal worden gebracht. Hierover zei hij het volgende:

“Want er zal dan een grote verdrukking zijn zoals er vanaf het begin van de wereld tot nu toe niet is voorgekomen en ook nooit meer zal voorkomen. Als die tijd niet zou worden verkort, zou niemand worden gered. Maar ter wille van de uitverkorenen zal die tijd worden verkort.” (Mattheus 24:21, 22).

Het paralelle verslag in Daniël luidt:

"In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst die staat ten behoeve van jouw volk. Er zal een moeilijke tijd aanbreken zoals er niet is geweest sinds er een volk is ontstaan tot die tijd. In die tijd zal jouw volk ontkomen, iedereen die geschreven blijkt te staan in het boek." (Daniel 12:1,2).

Deze situatie waar Michaël optreedt, vinden we ook terug in Openbaring 12.

Jezus vervolgt verder:

“Onmiddellijk na de verdrukking van die periode zal de zon worden verduisterd en zal de maan geen licht meer geven. De sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse krachten zullen worden geschud. Dan zal het teken van de Mensenzoon aan de hemel verschijnen en zullen alle volken op aarde zich van verdriet op de borst slaan. Ze zullen de Mensenzoon op de wolken van de hemel zien komen met kracht en grote majesteit. En hij zal zijn engelen onder luid trompetgeschal eropuit sturen om zijn uitverkorenen bijeen te brengen uit de vier windstreken, van het ene uiteinde van de hemel tot het andere.” (Mattheus 24:29-31).

In de brief aan de gemeente in Thessaloniki, herhaalt Paulus deze woorden als volgt:

“Het is namelijk rechtvaardig van God om degenen die jullie onderdrukken te straffen met onderdrukking. Maar jullie die onderdrukt worden, zullen samen met ons verlichting krijgen bij de openbaring van de Heer Jezus. Dan verschijnt hij vanuit de hemel met zijn krachtige engelen in een vlammend vuur en neemt hij wraak op hen die God niet kennen en hen die het goede nieuws over onze Heer Jezus niet gehoorzamen. Zij zullen de gerechtelijke straf van eeuwige vernietiging ondergaan, ver van de Heer en van zijn geweldige kracht. Dat zal gebeuren op de dag dat hij komt om geëerd te worden in verband met zijn heiligen en om bewonderd te worden door iedereen die geloof heeft getoond, en jullie hebben het getuigenis dat we hebben gegeven, in geloof aanvaard.” (2 Thessalonicenzen 1:6-10).

In de Openbaring komen we soortgelijke terminologie tegen die Jezus eerder in Mattheus 24:29-31 gebruikte:

“En ik keek toen hij het zesde zegel opende, en er vond een grote aardbeving plaats. De zon werd zwart als een haren zak, de hele maan werd als bloed en de sterren van de hemel vielen naar de aarde zoals onrijpe vijgen die door een stormwind van een vijgenboom worden geschud. De hemel verdween als een boekrol die wordt opgerold en alle bergen en eilanden werden van hun plaats verwijderd. De koningen van de aarde, de hoge ambtenaren, de legerofficieren, de rijken, de sterken, alle slaven en alle vrije mensen verborgen zich toen in de grotten en tussen de rotsen van de bergen. En ze zeggen steeds tegen de bergen en de rotsen: ‘Val op ons en verberg ons voor de ogen van hem die op de troon zit en voor de woede van het Lam! Want de grote dag van hun woede is gekomen en wie kan dan staande blijven?’” (Openbaring 6:12-17).

De gezalfden over wie de grote verdrukking zal komen en die in de Openbaring worden gesymboliseerd als de 144.000, zullen uiteindelijk gered worden en uit de grote verdrukking komen:

“Toen vroeg een van de oudsten mij: ‘Wie zijn dat in die witte gewaden en waar komen ze vandaan?’ Onmiddellijk zei ik tegen hem: ‘Mijn heer, u weet het.’ Daarop zei hij: ‘Dat zijn degenen die uit de grote verdrukking komen. Ze hebben hun gewaden gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam. Daarom staan ze voor de troon van God en doen ze dag en nacht heilige dienst voor hem in zijn tempel. Hij die op de troon zit, zal zijn tent over hen uitspreiden. Ze zullen geen honger of dorst meer hebben, de zon zal niet op hen branden en geen verschroeiende hitte zal hen treffen. Want het Lam, dat in het midden van de troon is, zal hen hoeden en hen leiden naar bronnen met levengevend water. En God zal elke traan uit hun ogen wegwissen.’” (Openbaring 7:13-17).

Duur van de vervolging van de gezalfden als sluitstuk van de grote verdrukking

Zoals aan het begin van dit onderwerp al werd besproken, bedraagt de duur van de vervolging van de gezalfden als sluitstuk van de grote verdrukking 3,5 jaar. In Daniel hoofdstuk 7, Openbaring 11, 12 en 13 vinden we deze tijdsperiode terug, zij het in verschillende vormen, maar elk beslaat dezelfde periode.

Een 'tijd, tijden en een halve tijd':

“Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogste en hij zal de heiligen van het Opperwezen voortdurend bestoken. Hij zal eropuit zijn tijden en wet te veranderen, en ze zullen in zijn handen worden gegeven voor een tijd (עד־עדן), tijden (ועדנין) en een halve tijd (ופלג עדן).” (Daniel 7:25).

De periode ‘tijd, tijden en een halve tijd’ ofwel ‘drieënhalve tijd’ correspondeert met Openbaring 11:3, 4 waar we lezen:

"…’en ze zullen de heilige stad 42 maanden lang vertrappen. Ik zal mijn twee getuigen 1260 dagen in zakken gekleed laten profeteren.’ Zij worden afgebeeld door de twee olijfbomen en de twee lampenstandaarden en ze staan voor de Heer van de aarde.” (Openbaring 11:3, 4).

In Openbaring 12:5-17 vinden we dezelfde periode terug:

"De vrouw vluchtte naar de woestijn, waar God voor haar een plaats had klaargemaakt en waar ze 1260 dagen gevoed zou worden (Openbaring 12:6) [...] Daar moet ze gedurende een tijd en tijden en een halve tijd gevoed worden, uit het gezicht van de slang." (Openbaring 12:14).

En in Openbaring 13:5-18:

"Ook aanbaden ze het wilde beest met de woorden: ‘Wie is als het wilde beest? Wie kan het tegen hem opnemen?’ Hij kreeg een mond die grote dingen en godslasteringen sprak en hij kreeg autoriteit om 42 maanden lang te handelen. Hij opende zijn mond met lasteringen tegen God, om zijn naam te lasteren en zijn woonplaats, degenen die in de hemel wonen. Het werd hem toegestaan om oorlog te voeren tegen de heiligen en hen te overwinnen." (Openbaring 13:4-7).

Zowel 42 maanden als 1260 dagen zijn 3,5 jaar, gerekend naar de Hebreeuwse kalenderindeling van 360 dagen per jaar. De vervolging die door het wilde beest over de heiligen wordt gebracht, bedraagt dus drieënhalf jaar. Gedurende die periode profeteren zij in zakken gehuld.

Conclusie

We zien dus dat de verdrukking die Jeruzalem onderging - hoewel zonder weerga - niet de grote verdrukking is die over de heiligen, ofwel het Lichaam van de Gezalfde, zal worden gebracht.