De brief van Jakobus


Schrijver: Jakobus (יַעֲקֹב = Jaakov)
Waar geschreven: Jeruzalem
Geschrift voltooid: Vóór 62 n.Chr.


Van Jakobus, een slaaf van God en van de Heer Jezus de Gezalfde. Aan de 12 stammen die overal verspreid zijn. Gegroet!

Bezie het als een en al vreugde, mijn broeders, wanneer je allerlei beproevingen meemaakt, want je weet dat je beproefde geloof tot volharding leidt. Maar laat de volharding haar werk voltooien, zodat je compleet en in alle opzichten zonder gebrek zult zijn en nergens in tekortschiet.

Als iemand van jullie tekortschiet in wijsheid, dan moet hij erom blijven vragen aan God, die iedereen gul en zonder verwijt geeft, en hij zal wijsheid ontvangen. Maar hij moet wel in geloof blijven vragen, zonder te twijfelen, want wie twijfelt is als een golf van de zee, die door de wind heen en weer geslingerd wordt. Zo iemand moet niet verwachten dat hij iets van Jehovah zal krijgen. Hij is een besluiteloos man, wispelturig in alles wat hij doet.

Laat de arme broeder blij zijn als hij verhoogd wordt, en de rijke als hij verlaagd wordt, want de rijke zal vergaan als een bloem in het veld. Als de zon opkomt en de plant door de verschroeiende hitte verdort, valt de bloem af en is zijn schoonheid verdwenen. Zo zal ook de rijke vergaan terwijl hij volop met zijn zaken bezig is.

Gelukkig is de man die volhardt onder beproeving, want nadat hij is goedgekeurd, zal hij de kroon van het leven krijgen, die Jehovah beloofd heeft aan degenen die van Hem blijven houden. Laat niemand die een beproeving meemaakt zeggen: ‘Ik word door God op de proef gesteld.’ Want God kan niet met slechte dingen worden beproefd, en zelf beproeft hij ook niemand daarmee. Maar iedereen wordt op de proef gesteld doordat hij door zijn eigen verlangen meegetrokken en verleid wordt. Als het verlangen bevrucht is, baart het zonde, en als de zonde eenmaal volgroeid is, brengt die de dood voort.

Laat je niet misleiden, geliefde broeders. Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de hemellichten, die niet verandert zoals schaduwen die zich verplaatsen. Het was zijn wil om ons door het woord van waarheid voort te brengen, zodat we in zekere zin eerstelingen onder zijn schepselen zouden zijn.

Weet dit, geliefde broeders: iedereen moet snel zijn om te luisteren, langzaam om te praten en langzaam om boos te worden, want de woede van een mens leidt niet tot Gods rechtvaardigheid. Doe daarom alle verdorvenheid en elk spoortje van slechtheid weg. Aanvaard met zachtaardigheid het woord dat in je wordt geplant en dat je kan redden.

Luister niet alleen naar het woord maar leef er ook naar, anders bedrieg je jezelf met onjuiste redenaties. Want wie het woord hoort maar er niet naar leeft, is als een man die zijn eigen gezicht in een spiegel bekijkt. Hij kijkt naar zichzelf, gaat weg en vergeet meteen weer hoe hij eruitziet. Maar wie zich verdiept in de volmaakte wet die vrijheid brengt en daaraan vasthoudt, is niet iemand die het hoort en vervolgens vergeet, maar iemand die het in praktijk brengt. En hij zal gelukkig zijn in wat hij doet.

Iemand die denkt dat hij een aanbidder van God is maar toch zijn tong niet beteugelt, bedriegt zijn eigen hart. Zijn aanbidding is zinloos. Dit is de vorm van aanbidding die in de ogen van onze God en Vader rein en onbesmet is: zorgen voor wezen en weduwen in hun moeilijkheden en je niet door de wereld laten besmeuren.

Broeders, het kan toch niet zo zijn dat jullie geloven in onze verheven Heer Jezus de Gezalfde en tegelijk sommigen voortrekken? Stel dat een man met prachtige kleding en met gouden ringen aan zijn vingers jullie bijeenkomst bezoekt, maar er ook een arme man in vuile kleding binnenkomt. Trek je de man met de prachtige kleding dan voor door te zeggen: ‘Ga hier maar zitten, op deze mooie plaats’, en zeg je tegen de arme man: ‘Blijf jij maar staan’ of: ‘Ga daar maar zitten, bij mijn voetenbank’? Dan bestaat er toch klassenonderscheid onder jullie en worden jullie toch rechters die een verdorven oordeel vellen?

Luister, geliefde broeders! Heeft God niet degenen die arm zijn in de ogen van de wereld uitgekozen om rijk te zijn in geloof en om erfgenamen te zijn van het Koninkrijk, dat hij beloofd heeft aan degenen die van hem houden? Maar jullie behandelen arme mensen zonder respect. Het zijn toch juist de rijken die jullie onderdrukken en voor de rechtbank slepen? Zijn zij het niet die de goede naam lasteren die aan jullie gegeven is?

Het is heel goed als jullie je houden aan de koninklijke wet, zoals die staat in het Schriftgedeelte: ‘Je moet je naaste liefhebben als jezelf.’ Maar als jullie ermee doorgaan sommigen voor te trekken, bega je een zonde en word je door de wet veroordeeld als overtreder. Want als iemand de hele wet naleeft, maar op één punt een misstap doet, is hij toch een overtreder geworden van de hele wet. Hij die heeft gezegd: ‘Pleeg geen overspel’, heeft namelijk ook gezegd: ‘Pleeg geen moord.’ Als je geen overspel pleegt maar wel moordt, ben je een wetsovertreder geworden. Praat en gedraag je als mensen die geoordeeld zullen worden door de wet van een vrij volk. Want wie geen barmhartigheid toont, zal geoordeeld worden zonder barmhartigheid. Barmhartigheid triomfeert over oordeel.

Broeders, wat voor nut heeft het als iemand zegt dat hij geloof heeft, maar dat niet laat zien door daden? Zo’n geloof kan hem toch niet redden? Stel dat er broeders of zusters zijn die nauwelijks kleding hebben en niet genoeg voedsel voor die dag. Als een van jullie dan tegen hen zegt: ‘Het ga je goed. Kleed je warm en zorg dat je goed eet’, maar ze niet geeft wat het lichaam nodig heeft, wat voor nut heeft dat dan? Zo is ook geloof op zich, zonder daden, dood. Maar iemand zal zeggen: ‘Jij hebt geloof en ik heb daden. Laat mij je geloof zien zonder daden, dan zal ik je mijn geloof laten zien door mijn daden.’ Je gelooft toch dat er één God is? Dat is heel goed. Toch geloven demonen dat ook en die beven van angst. Wil je het bewijs dat geloof zonder daden zinloos is? Gebruik je verstand! Werd onze voorvader Abraham niet rechtvaardig verklaard door daden nadat hij zijn zoon Isaäk op het altaar geofferd had? Je ziet dat zijn geloof samenging met zijn daden en dat zijn geloof door zijn daden volmaakt is geworden. Zo werd het Schriftgedeelte vervuld: ‘Abraham geloofde in Jehovah en het werd hem als rechtvaardigheid toegerekend’, en hij werd de vriend van Jehovah genoemd.

Jullie zien dat iemand rechtvaardig verklaard wordt door daden, en niet alleen door geloof. Werd ook Rachab, de prostituee, niet rechtvaardig verklaard door daden, nadat ze de verkenners gastvrij had ontvangen en hen langs een andere weg had laten vertrekken? Zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook geloof zonder daden dood.

Jullie moeten niet allemaal leraren worden, mijn broeders, want jullie weten dat wij strenger geoordeeld zullen worden. Want we struikelen allemaal heel vaak. Iemand die niet struikelt in wat hij zegt, is een volmaakt man en kan ook zijn hele lichaam in toom houden.

Als we paarden een bit in de mond doen om ze te laten gehoorzamen, kunnen we daarmee hun hele lichaam besturen. Of denk aan schepen: hoewel ze heel groot zijn en door hevige winden worden voortgestuwd, worden ze door een heel klein roer in elke richting gestuurd die de stuurman wil. Zo is ook de tong een klein deel van het lichaam en toch kan hij enorm opscheppen. Bedenk dat er maar een klein vlammetje nodig is om een groot bos in brand te steken! De tong is zo’n vlam. Onder onze lichaamsdelen vertegenwoordigt de tong een wereld van onrechtvaardigheid, want hij besmet het hele lichaam en steekt iemands hele levensloop in brand, en zelf wordt hij door Gehenna aangestoken. Want mensen kunnen elke diersoort temmen of hebben die al getemd: wilde dieren, vogels, kruipende dieren en zeedieren. Maar geen mens kan de tong temmen. De tong is onhandelbaar, schadelijk en vol dodelijk gif. Met de tong loven we Jehovah , de Vader, en toch vervloeken we er ook mensen mee die ‘naar Gods beeld’ zijn gemaakt. Uit dezelfde mond komen zegen en vloek. Het is niet goed dat zulke dingen gebeuren, broeders. Een bron kan toch niet uit dezelfde opening zoet en bitter water laten opborrelen? Mijn broeders, een vijgenboom kan toch geen olijven opleveren en een wijnstok toch geen vijgen? Net zomin kan er uit een zoutwaterbron zoet water komen.

Wie van jullie is wijs en verstandig? Laat hij dat bewijzen door zijn goede gedrag, door daden die getuigen van een zachtaardigheid die uit wijsheid voortkomt. Maar als jullie in je hart bittere jaloezie hebben en ruziezoekers zijn, schep dan niet op en lieg niet tegen de waarheid. Dat soort wijsheid komt niet van boven maar is aards, dierlijk, demonisch. Want waar jaloezie is en ruzie gezocht wordt, daar zullen ook wanorde en allerlei walgelijke dingen zijn. Maar de wijsheid van boven is in de eerste plaats zuiver, vervolgens vredelievend, redelijk, bereid om te gehoorzamen, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en niet hypocriet. Bovendien wordt de vrucht van rechtvaardigheid onder vredige omstandigheden gezaaid voor degenen die vrede stichten.

Wat is de bron van de strijd en conflicten onder jullie? Komen ze niet voort uit jullie vleselijke verlangens, die binnen in jullie strijden? Jullie verlangen naar iets, en toch krijgen jullie het niet. Jullie blijven moorden en begeren, en toch kunnen jullie het niet krijgen. Jullie blijven vechten en strijden. Jullie krijgen het niet omdat jullie niet vragen. En als jullie wel vragen, krijgen jullie het niet omdat jullie met een verkeerde bedoeling vragen, namelijk om jullie vleselijke verlangens te bevredigen.

Trouwelozen, weten jullie niet dat vriendschap met de wereld vijandschap met God betekent? Iedereen die een vriend van de wereld wil zijn, maakt zich dus tot een vijand van God. Of denken jullie dat de Schrift zonder reden zegt: ‘De geest die in ons is gaan wonen, blijft vol jaloezie verlangen’? Maar de onverdiende goedheid die hij geeft, is groter. Daarom staat er: ‘God keert zich tegen trotse mensen, maar hij geeft onverdiende goedheid aan nederige mensen.’

Onderwerp je daarom aan God, maar bied weerstand aan de Lasteraar en hij zal van je wegvluchten. Nader tot God, dan zal hij tot jou naderen. Reinig je handen, zondaars, en zuiver je hart, besluitelozen. Wees verdrietig, treur en huil. Laat je gelach veranderen in rouw, en je vreugde in wanhoop. Verneder je in de ogen van Jehovah, dan zal hij je verhogen.

Houd ermee op kwaad te spreken over elkaar, broeders. Wie kwaadspreekt over een broeder of wie hem oordeelt, spreekt kwaad over de wet en oordeelt de wet. En als je de wet oordeelt, leef je niet naar de wet, maar treed je op als rechter. Er is er maar één die Wetgever en Rechter is, degene die kan redden en vernietigen. Maar wie ben jij dat je je naaste oordeelt?

Luister, jullie die zeggen: ‘Vandaag of morgen zullen we naar deze stad gaan en er een jaar blijven, en we zullen zakendoen en winst maken.’ Maar jullie weten niet hoe je leven morgen zal zijn. Want jullie zijn een nevel, die even verschijnt en dan weer verdwijnt. In plaats daarvan zouden jullie moeten zeggen: ‘Als Jehovah het wil, zullen we in leven zijn en dit of dat doen.’ Maar nu lopen jullie arrogant op te scheppen, en jullie zijn er nog trots op ook. Al die opschepperij is slecht. Als iemand dus weet wat het juiste is maar het toch niet doet, zondigt hij.

Luister, jullie die rijk zijn! Huil en jammer om de ellende die over jullie komt. Jullie rijkdom is verrot en jullie kleren zijn door motten aangevreten. Jullie goud en zilver is weggeroest, en die roest zal tegen jullie getuigen en jullie vlees verteren. Wat jullie verzameld hebben, zal in de laatste dagen als een vuur zijn.

Hoor! Het loon dat jullie niet hebben uitbetaald aan de arbeiders die jullie velden hebben geoogst, blijft roepen. En het hulpgeroep van de oogsters is doorgedrongen tot de oren van Jehovah der legermachten. Jullie hebben op aarde in weelde geleefd en je eigen verlangens gevolgd. Jullie hebben je hart vetgemest voor de dag van de slachting. Jullie hebben de rechtvaardige veroordeeld en hem vermoord. Keert hij zich niet tegen jullie? Heb dus geduld, broeders, tot de aanwezigheid van de Heer. Denk aan de boer, die geduldig blijft wachten op de kostbare vrucht van de aarde totdat de vroege regens en de late regens komen. Ook jullie moeten geduld hebben. Houd moed want de aanwezigheid van de Heer is nabij.

Klaag niet over elkaar, broeders, zodat jullie niet worden veroordeeld. Kijk! De Rechter staat voor deur.

Broeders, neem een voorbeeld aan de geduldige volharding onder beproevingen van de profeten die in de naam van Jehovah hebben gesproken. We prijzen degenen die hebben volhard gelukkig. Jullie hebben van de volharding van Job gehoord en hebben gezien hoe Jehovah het heeft laten aflopen, dat Jehovah heel meelevend en barmhartig is.

En broeders, jullie moeten vooral ophouden met zweren, bij de hemel, bij de aarde of bij iets anders. Maar laat je ja ja zijn, en je nee nee, zodat je niet veroordeeld wordt.

Heeft iemand van jullie met moeilijkheden te maken? Laat hij blijven bidden. Is iemand vrolijk? Laat hij psalmen zingen. Is iemand van jullie ziek? Laat hij de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen, en laten die voor hem bidden en hem in de naam van Jehovah met olie inwrijven. Hun gebed uit geloof zal de zieke beter maken, en Jehovah zal hem laten opstaan. En als hij zonden heeft begaan, zal hij vergeving krijgen. Beken daarom openlijk jullie zonden aan elkaar en bid voor elkaar, zodat jullie genezen kunnen worden. Het smeekgebed van een rechtvaardige heeft een krachtige uitwerking. Elia was een man met dezelfde gevoelens als wij, maar nadat hij vurig had gebeden dat het niet zou regenen, viel er drieënhalf jaar lang geen regen op het land. Toen bad hij opnieuw, en de hemel gaf regen en het land bracht vrucht voort.

Broeders, stel dat iemand van jullie van de waarheid wordt afgebracht en een ander hem helpt terug te komen, weet dan: wie een zondaar van het dwaalspoor terugbrengt, zal hem van de dood redden en een groot aantal zonden bedekken.