Artikelen en inzichten

Index van verwijzingen

- Het doel van de bekendmaking van het goede nieuws
- De kracht van illustraties
- Gods koninkrijk
- De Zionistische Bijbel: de Babylonische Talmoed

Het doel van de bekendmaking van het goede nieuws

Korte inleiding

Nadat Jezus was gedoopt en door de Tegenstrever op de proef was gesteld, begon zijn loopbaan om het 'goede nieuws van het koninkrijk' te verkondigen. Dit goede nieuws verkondigde hij en de apostelen die hij hierna uitkoos, alleen aan de 'verloren schapen van het huis van Israël'. Dit waren de natuurlijke afstammelingen van Jakob of Israël:

“Deze 12 stuurde Jezus eropuit en hij gaf hun de volgende instructies: ‘Sla niet de weg naar de natiën in en ga geen enkele Samaritaanse stad binnen. Ga in plaats daarvan steeds weer naar de verloren schapen van het huis van Israël. Predik onderweg: “Het Koninkrijk van de hemel is nabij.” Genees zieken, wek doden op, maak melaatsen rein en drijf demonen uit.” (Mattheus 10: 5-8).

Israël: een koninkrijk van priesters

De reden dat het goede nieuws van het koninkrijk uitsluitend werd verkondigd aan het huis van Israël en aan geen enkele ander volk, lag in het volgende besloten:

“Het was niet omdat jullie het grootste van alle volken waren dat Jhvh genegenheid voor jullie toonde en jullie uitkoos, want jullie waren het kleinste volk van allemaal. Maar het was omdat Jhvh jullie liefhad en omdat hij zich hield aan de eed die hij aan jullie voorvaders gezworen had.” (Deuteronomium 7:7, 8).

Die gezoren eed moest leiden tot het volgende:

“Als jullie precies doen wat ik zeg en jullie je aan mijn verbond houden, dan zullen jullie van alle volken beslist mijn speciale bezit worden, want de hele aarde is van mij. Jullie zullen voor mij een koninkrijk van priesters en een heilige natie worden. Breng die woorden aan de Israëlieten over.” (Exodus 19:5, 6).

Niet alléén dus zouden de Israëlieten een koninkrijk van priesters worden maar dat zouden ze zelfs alléén onder duidelijke restricties kunnen worden namelijk door alle woorden van de wet te volbrengen en Jhvh in alle opzichten te gehoorzamen.

De komst van de profeet, Gods eniggeboren zoon

Het gehoorzamen van de wet met zijn geboden en verboden was echter niet genoeg. De zonde van Adam had zich tot alle mensen uitgebreid. Die zonde bracht vervolgens voor iedereen - ook voor de Israëlieten - de dood voort. Het brengen van dierenoffers alleen was niet voldoende omdat deze offers nooit de waarde van een mens konden evenaren zodat de mens kon worden verlost van de straf op de zonde: de dood.

Paulus beredeneert dit aldus:

“De wet is een schaduw van de toekomstige goede dingen maar niet de werkelijkheid zelf. Daarom kan hij aanbidders nooit met dezelfde slachtoffers die elk jaar opnieuw worden gebracht tot volmaaktheid brengen. Anders zou het brengen van de slachtoffers toch zijn opgehouden? Want als degenen die heilige dienst doen eenmaal gereinigd waren, zouden ze zich niet meer bewust zijn van zonden. Maar deze slachtoffers zijn juist elk jaar een herinnering aan zonden, want het is niet mogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt." (Hebreeën 10:1-4).

Door het houden van de wet en het vooruitzicht als volk om koningen en priesters te worden, zouden de Israëlieten voorbereid worden op de komst van de Profeet die hen zou loskopen van de straf op de zonde, de dood, en om hen te heiligen en tot volmaaktheid te brengen:

“Ik zal uit het midden van hun broeders een profeet voor hen laten opstaan zoals jij, en ik zal hem mijn woorden in de mond leggen. Alles wat ik hem opdraag, zal hij tegen hen zeggen. Wie niet luistert naar de woorden die hij in mijn naam spreekt, zal ik beslist ter verantwoording roepen." (Deuteronomium 18:18, 19).

Deze profeet werd - toen de bestemde tijd gekomen was dat hij zou verschijnen - door de apostelen opgemerkt en geïdentificeerd:

"Filippus kwam Nathanaël tegen en zei tegen hem: ‘We hebben degene gevonden over wie in de Wet van Mozes en de Profeten is geschreven. Het is Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazareth.’" (Johannes 1:45).

De bekendmaking van het goede nieuws

We komen nu weer terug op de loopbaan van Jezus en de grootse rol die hij vervulde. Hierbij en worden de woorden van Filippus kracht bijgezet:

“Toen ging hij (Jezus) naar Nazareth, waar hij was opgegroeid, en volgens zijn gewoonte ging hij op de sabbat naar de synagoge. Hij stond op om voor te lezen, en de boekrol van de profeet Jesaja werd hem overhandigd. Hij opende de boekrol en zocht de plaats op waar stond: ‘Jhvh’s geest rust op mij, want hij heeft mij gezalfd om aan arme mensen goed nieuws te vertellen. Hij heeft mij gestuurd om aan de gevangenen bekend te maken dat ze vrijgelaten zullen worden en aan de blinden dat ze weer zullen zien, om de onderdrukten vrijheid te geven, om Jhvh’s jaar van aanvaarding te prediken.’ Daarna rolde hij de boekrol op, gaf die aan de dienaar terug en ging zitten. Alle ogen in de synagoge waren op hem gericht. Toen zei hij tegen ze: ‘Vandaag is het Schriftgedeelte in vervulling gegaan dat jullie net hebben gehoord.’” (Lukas 4:16-21).

Vanaf dat moment begon Jezus het koninkrijk Gods wijd en zijd aan de Israëlieten bekend te maken zodat zij - en allen die na hen kwamen - als volk een koninkrijk van priesters zouden worden. Het goede nieuws van het koninkrijk zou daarom niet tot Nazareth beperkt blijven. Jezus gaf hiervoor een duidelijke reden die hij ook eerder in de synagoge in Nazareth had gegeven:

“‘Ik moet ook in andere steden het goede nieuws van Gods Koninkrijk bekendmaken, want daarvoor ben ik gestuurd.’ Hij ging daarom in de synagogen van Judea prediken.” (Lukas 4:43, 44).

Voorlopige conclusie

We zien dus dat de bekendmaking van het goede nieuws exclusief gericht was aan het huis van Israël om van hen uiteindelijk een eeuwig koninkrijk van priesters te maken waarbij alle regeringen hen zouden dienen en gehoorzamen. Dit voorrecht zou geen enkel ander volk ten deel vallen. Of toch wel?

Een nieuw verbond

Hoewel vele Israëlieten gehoor gaven aan de bekendmaking van het goede nieuws, gelovigen werden en werden gedoopt in de naam van Jezus, had het merendeel ervan er geen oren naar en volhardde in de gedachte dat de wet hen tot voordeel zou strekken. Als zij hadden geluisterd naar hun profeten, dan hadden ze kunnen weten dat er een ander verbond zou komen dat werd bekrachtigd door het bloed van Jezus:

“‘Er komt een dag’, verklaart Jhvh, ‘dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het huis van Israël en met het huis van Juda. Het zal anders zijn dan het verbond dat ik met hun voorouders sloot op de dag dat ik hen bij de hand nam om hen uit Egypte te leiden, “mijn verbond dat ze verbroken hebben, hoewel ik hun echte meester was”, verklaart Jhvh.’

‘Dit is het verbond dat ik na die dagen met het huis van Israël zal sluiten’, verklaart Jhvh. ‘Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en in hun hart schrijven. Ik zal hun God worden en zij zullen mijn volk worden.’

‘En niemand zal zijn naaste en zijn broeder nog onderwijzen door te zeggen: “Ken Jhvh!” Want ze zullen mij allemaal kennen, van de kleinste tot de grootste onder hen’, verklaart Jhvh. ‘Ik zal hun overtredingen vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.’” (Jeremia 31:31-34).

Niet hij is een jood die het uiterlijk is, maar innerlijk, door de besnijdenis van het hart

Paulus beredeneert in zijn brief aan met name de gemeente in Rome dat dit nieuwe verbond ook de natiën omvatte, dus de niet-Israëlieten, aangezien de natuurlijke Israëlieten als volk hun Leider hadden afgewezen. Zie o.a. Romeinen hoofdstuk 11.

Door de eenwording van natuurlijke Israëlieten en mensen uit de natiën onstond het nieuwe 'Israël Gods'. Zie hiervoor de brief van Paulus aan de Efeziërs.


De kracht van illustraties

Illustraties zijn een krachtig middel om de heilige geheimen van het koninkrijk duidelijk te maken:

"Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten. Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond. Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties [...] Jezus vertelde mensen al die dingen door middel van illustraties. Hij vertelde hun niets zonder illustraties, zodat vervuld zou worden wat via de profeet was gezegd: ‘Ik zal mijn mond openen met illustraties, ik zal dingen verkondigen die vanaf de grondlegging verborgen zijn geweest.’" (Mattheus 13:1-3; Mattheus 13:34, 35; Psalm 78:2).

Tevens vormen ze een middel om de zonen van het koninkrijk uit te ziften:

"Nadat Jezus die dag het huis had verlaten, ging hij aan het meer zitten. Er verzamelde zich zo’n grote menigte dat hij in een boot stapte en ging zitten, terwijl de menigte op de oever stond. Toen onderwees hij hun veel dingen door middel van illustraties." (Mattheus 13:1-3).

"De discipelen kwamen naar hem toe en zeiden: ‘Waarom gebruik je illustraties als je hen toespreekt?’ Hij antwoordde: ‘Jullie hebben het voorrecht de heilige geheimen van het Koninkrijk van de hemel te begrijpen, maar zij niet. Want wie heeft, zal meer krijgen en zelfs overvloed hebben. Maar van wie niets heeft, zal zelfs wat hij heeft worden afgenomen.'" (Mattheus 13:10-12).

"Daarop zei hij: ‘Ga en zeg tegen dit volk: “Jullie zullen steeds weer horen maar niet begrijpen. Jullie zullen steeds weer zien maar geen kennis krijgen.” Maak het hart van dit volk ongevoelig, stop hun oren toe en smeer hun ogen dicht, zodat ze niet met hun ogen zien en niet met hun oren horen, zodat hun hart niet begrijpt en ze niet terugkeren en genezen worden.’" (Jesaja 6:9, 10).

"Bovendien roept Jesaja over Israël uit: ‘Al zou het aantal Israëlieten als het zand aan de zee zijn, alleen het overblijfsel zal worden gered.'" (Romeinen 9:27).

Deze zifting gebeurde op basis van hun geloof, niet vanwege het volgen van mensengeboden en allerlei religieuze rituelen en wetten:

"...dat Israël, dat een wet van rechtvaardigheid nastreefde, die wet niet heeft bereikt. Om welke reden? Omdat ze dachten dat te kunnen bereiken door werken, niet door geloof. Ze zijn gestruikeld over de ‘steen waarover men struikelt’, zoals er staat geschreven: ‘Kijk! Ik leg in Sion een steen waarover men struikelt en een rotsblok waarover men valt, maar wie zijn geloof erop bouwt, zal niet worden teleurgesteld." (Romeinen 9:30-33).

Dit is een krachtige waarschuwing voor ons:

"Wat hun allemaal overkwam was een voorbeeld en is opgeschreven als een waarschuwing voor ons, op wie het einde van de tijdperken af komt." (1 Korinthiërs 10:11).


Gods koninkrijk

Het koninkrijk van God is het instrument waarvan Jhvh zich bedient om zijn liefde en zijn soevereiniteit ten opzichte van zijn schepselen tot uitdrukking te brengen en om een einde te maken aan menselijke tirannie. Deze term wordt vooral gebruikt als aanduiding voor de manifestatie van Gods soevereiniteit door middel van de koninklijke regering in handen van zijn Zoon Jezus de gezalfde. Het „koninkrijk” kan betrekking hebben op de heerschappij van degene die als Koning is gezalfd of op het aardse domein waarover die koninklijke regering heerschappij uitoefent.

Een werkelijke regering

"In de dagen van die koningen zal de God van de hemel een koninkrijk oprichten dat nooit vernietigd zal worden. En dat koninkrijk zal nooit aan een ander volk worden overgedragen. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en er een eind aan maken. Als enige zal het eeuwig blijven bestaan," (Daniel 2:44);

"Het koninkrijk, de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel werden aan het volk van de heiligen van het Opperwezen gegeven. Hun koninkrijk is een eeuwig koninkrijk en alle regeringen zullen hen dienen en gehoorzamen.” (Daniel 7:27);

"Hij (Jezus) zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Jhvh God zal hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal voor eeuwig als Koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn Koninkrijk zal geen eind komen.’" (Lukas 1:32, 33);

"‘Het koninkrijk van de wereld is het Koninkrijk van onze Heer en van zijn Gezalfde geworden, en hij zal voor altijd en eeuwig als koning regeren.’" (Openbaring 11:15);

"‘Groot en wonderbaarlijk zijn uw werken, Jhvh God, Almachtige. Rechtvaardig en betrouwbaar zijn uw wegen, Koning van de eeuwigheid.'" (Openbaring 15:3);

"En ik zag tronen, en degenen die erop zaten kregen autoriteit om te oordelen. Ik zag de zielen van hen die terechtgesteld waren omdat ze getuigenis hadden gegeven van Jezus en hadden gesproken over God, en van hen die het wilde beest en zijn beeld niet hadden aanbeden en die niet het merkteken op hun voorhoofd of op hun hand hadden gekregen. Ze kwamen tot leven en regeerden als koningen met de Gezalfde, 1000 jaar lang." (Openbaring 20:4);

Eeuwige zegeningen voor de gehele mensheid

De bijbel staat vol zegeningen die onder het bestuur van de grote Koning Jezus de gezalfde, deel worden van het dagelijkse leven. Hieronder enkele van die zegeningen. Oorlogen zullen tot het verleden behoren. De menselijke geschiedenis is doortrokken van strijd. Onder Gods koninkrijk zullen oorlogen voorgoed tot het verleden behoren:

“Hij zal rechtspreken onder de naties en de zaken rechtzetten in verband met veel volken. Ze zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Geen natie zal het zwaard trekken tegen een andere natie, en oorlog zullen ze niet meer leren.” (Jesaja 2:4).

De distributie en de kwaliteit van voedsel staat onder grote druk. Onder Gods koninkrijk zal dit voorgoed tot het verleden behoren:

“Op deze berg zal Jhvh van de legermachten voor alle volken een feestmaal klaarmaken, een feestmaal met heerlijke gerechten, een feestmaal met uitgelezen wijn, met heerlijke gerechten rijk aan merg, met uitgelezen, zuivere wijn.” (Jeremia 25:6).

Vrede met- en bescherming door God zelf:

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Want de vroegere hemel en de vroegere aarde waren voorbijgegaan, en de zee is er niet meer. Ik zag ook de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, bij God vandaan uit de hemel neerdalen, klaar als een bruid die zich mooi heeft gemaakt voor haar man. Toen hoorde ik een luide stem vanaf de troon zeggen: ‘Kijk! De tent van God is bij de mensen en hij zal bij hen wonen. Ze zullen zijn volk zijn en God zelf zal bij hen zijn. Hij zal elke traan uit hun ogen wissen. De dood zal er niet meer zijn. Er zal geen rouw, geen gehuil en geen pijn meer zijn. De dingen van vroeger zijn voorbij.’” (Openbaring 21:1-4).

"Er zal geen enkele vervloeking meer zijn. De troon van God en van het Lam zal in de stad staan. Zijn slaven zullen heilige dienst voor hem doen. Ze zullen zijn gezicht zien en zijn naam zal op hun voorhoofd staan. Ook zal er geen nacht meer zijn. Ze hebben geen licht nodig van lamp of zon, want Jhvh God zal hen verlichten. Ze zullen als koningen regeren voor altijd en eeuwig." (Openbaring 22:3-5).


De Zionistische Bijbel: de Babylonische Talmoed

Bron: The Babylonian Talmud

Lees dit eerst

Let op! Dit is geen aanval op het volk dat behoort tot het Semitische ras en dat later bekend stond als de Hebreeën of Israëlieten voorzover deze nu nog goed kunnen worden geïdentificeerd. Als gezalfden bestaan wij uit mensen van alle rassen zoals Aziaten, Afrikanen, Europeanen, Arabieren, Joden, Palestijnen, Indianen enzovoort. Er is bij God geen onderscheid naar kleur, taal of afkomst. Ieder mens is aanvaardbaar voor hem indien hij zich voor redding afhankelijk stelt van Jezus, God liefheeft en zijn geboden onderhoudt.

Wanneer wij hier dus spreken over de ‘joden’ bedoelen wij de satanische, zionistische sekte van miljardairs, internationale bankiers en religieuze fanatici die neerzien op de mensheid en die haar beschouwen als vee. Zij hebben dezelfde instelling als Esau of Edom. Zij zijn uit hun vader de Tegenstrever. De onderstaande talmoedische citaten zijn schokkend. Besef dat de giftige inhoud van dit geschrift wordt onderwezen op veel scholen in Israël.

Beschouw daarom vóór het lezen van dit artikel eerst de volgende Schriftplaatsen - en in het bijzonder de cursief gedrukte zinsneden - nauwkeurig:

"En schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: Dit zegt “de Eerste en de Laatste”, die is doodgegaan en weer tot leven is gekomen: “Ik weet van je ellende en armoede — maar je bent rijk — en ik weet van de lastering door mensen die zeggen dat ze Joden zijn en het eigenlijk niet zijn, maar ze zijn een synagoge van de Tegenstrever." (Openbaring 2:8,9).

"Jezus zei tegen ze: ‘In de Schrift staat: “De steen die de bouwers hebben afgekeurd, is juist de belangrijkste hoeksteen geworden. Dit is afkomstig van Jhvh en het is in onze ogen een wonder.” Hebben jullie dat nooit gelezen? Daarom zeg ik jullie: Gods Koninkrijk zal van jullie worden afgenomen en aan een volk worden gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt.’" (Mattheus 21:42, 43).

"Broeders, om te voorkomen dat jullie wijs worden in je eigen ogen, wil ik dat jullie op de hoogte zijn van dit heilige geheim: Israël werd gedeeltelijk ongevoelig, en dat zal zo blijven totdat het volledige aantal uit de natiën is binnengekomen. Op die manier zal heel Israël worden gered." (Romeinen 11:25-26).

"In het midden van de troon en van de vier levende wezens en in het midden van de oudsten zag ik een lam staan dat geslacht leek te zijn, met zeven hoorns en zeven ogen. De ogen betekenen de zeven geesten van God die over de hele aarde zijn uitgestuurd. Onmiddellijk kwam hij naar voren en nam de boekrol uit de rechterhand van hem die op de troon zat. Toen hij de boekrol nam, vielen de vier levende wezens en de 24 oudsten voor het Lam neer. Elk had een harp en ze hadden gouden schalen vol wierook. (De wierook betekent de gebeden van de heiligen.) Ze zingen een nieuw lied: ‘U bent het waard de boekrol te nemen en de zegels te openen, want u bent geslacht en met uw bloed hebt u mensen voor God gekocht uit alle stammen, talen, volken en landen. U hebt ze gemaakt tot een koninkrijk en tot priesters voor onze God, en ze zullen als koningen over de aarde regeren.’" (Openbaring 5:6-10).

"Een 'jood' kan doen alsof hij een christen is om christenen te misleiden." (De Talmoed)

Zionisme, het herstel van Israël zonder Jezus Christus, is volgens Gods woord onmogelijk. Het zionisme komt uit de Babylonische Talmoed, die vandaag de dag de Thora heeft vervangen als de basis van het jodendom. Het Talmoedische jodendom stond in de tijd van Jezus Christus bekend als farizeïsme, dat door Jezus Christus de "synagoge van satan" werd genoemd (Openbaring 2:9, 3:9). Het waren de mondelinge overleveringen van de Farizeeën die later werden samengesteld als de Babylonische Talmoed.

De Universal Jewish Encyclopedia van 1943 stelt: "De Joodse religie zoals die nu is, volgt haar afstamming, zonder onderbreking, door alle eeuwen heen, van de Farizeeën... De Talmoed... is essentieel voor een echt begrip van het farizeïsme."

De Farizeeën vervolgden de vroege kerk van Jezus Christus, zoals de Talmoedische joden bijbelse joden die tegen het zionisme zijn blijven vervolgen. Vandaag de dag, terwijl de methoden van de duivel ongewijzigd blijven, vervolgen zionistische predikanten christenen die het zionisme afwijzen als in strijd met Gods woord. De lezer moet begrijpen dat het zionisme de totale verwerping van Jezus Christus is!

Volgens James Knox mag zijn gemeente nooit bezwaar maken tegen zijn leer over de joden en het zionisme, en door gebruik te maken van groepsdruk en de angst voor sociale vervreemding, is hij in staat om zijn gemeente op dit punt compliant te houden. Zoals mij werd verteld door de assistent-pastor van Knox voor het persoonlijk uiten van Gods verzet tegen het zionisme: "Je bent niet welkom om DE BIJBEL Baptistenkerk bij te wonen en overtuigingen en/of leringen te verspreiden die in strijd zijn met wat onze kerk en haar leiders geloven en leren." Het deed er niet toe dat ik Gods woord uitdrukte; Ik heb een "sociale zonde" begaan door iets bijbels te zeggen, maar in tegenstelling tot wat Knox gelooft en leert in zijn cultus.

Net zoals bijbelse waarheden in de kerken worden gecensureerd door zionistische predikanten, worden christenen nooit geïnformeerd over wat de zionistische bijbel, de Babylonische talmoed, te zeggen heeft over Jezus Christus en christenen. Houd bij het lezen van de volgende passages uit de Talmoed rekening met de onoprechte vraag die James Knox op 1/11 aan zijn gemeente stelde: "Waarom zou een christen anti-jood zijn?"

Jezus Christus zei: "Ik ken de godslastering van hen die zeggen dat ze Joden zijn en het niet zijn, maar dat ze de synagoge van Satan zijn." (Openbaring 2:9)

Enkele citaten uit de Talmoed

De volgende schandelijke en perverse door demonen ingegeven fragmenten zijn overgenomen uit The Talmud Unmasked:

Jezus was een bastaard die verwekt werd toen een boze geest met Maria sliep (Kallah 1b, 18b).

Maria, die mest was, was een prostituee en pleegde overspel (Sanhedrin, 67a).

Jezus was een dwaas die Egyptische magie beoefende (Sanhedrin, 67a).

Jezus beging bestialiteit. (Sanhedrin 105a).

Jezus was een dwaas die betovering beoefende, mank op één voet en blind aan één oog. (Sanhedrin l05a-105b).

Jezus werd verbrand. Hij werd "tot aan zijn oksels in de mest neergelaten, waarna een harde doek in een zachte werd geplaatst, om zijn nek werd gewonden en de twee losse uiteinden in tegengestelde richtingen werden getrokken, waardoor hij zijn mond moest openen. Vervolgens werd een lont aangestoken en in zijn mond zodat het in zijn lichaam afdaalde en zijn ingewanden verbrandde ... De doodstraf van 'verbranden' werd uitgevoerd door gesmolten lood door de mond van de veroordeelde man in zijn lichaam te gieten, waarbij zijn inwendige organen werden verbrand (Sanhedrin 52a, Yebamoth 6b).

Jezus werd gewurgd. "Hij werd tot aan zijn oksels in de mest neergelaten, toen werd een harde doek in een zachte gedaan, om zijn nek gewikkeld en de twee uiteinden in tegengestelde richting getrokken totdat hij dood was." (Sanhedrin 52a, Sanhedrin 106b).

Jezus stierf als een hond en is in de hel begraven in uitwerpselen (Zohar, III p. 282).

Judas Iskariot vocht met Jezus in de lucht en piste op Hem (Toldoth Jeschu).

Judas Iskariot begroef het lichaam van Jezus "in een kelder met kamerpotten en uitwerpselen" (Toledot Yeshu - 1705).

Jezus is in de hel waar Zijn straf is "kokend in heet sperma". (Gittin 57a).

Jezus' opstanding is vervloekt. "Wee hem die zichzelf levend maakt door de naam van God." (Sanhedrin 106a).

Opmerking : Jezus wordt in de Talmoed "Yeschu" genoemd, een Hebreeuws acroniem dat "moge zijn naam en herinnering worden uitgewist" betekent. Helaas bidden veel christenen tegenwoordig tot Jezus met deze naam.

Christenen in de Talmoed

Een Jood kan doen alsof hij een Christen is om Christenen te misleiden (Iore Dea – 175, 2 Hagah). (Het Amerikaanse christendom zit vol met crypto-joden. James Knox is een goed voorbeeld.)

"Als een Jood hen (afgodendienaars) [christenen] kan misleiden door te doen alsof hij een aanbidder is van de sterren [het kruis], mag hij dat doen. (Iore Dea (175, 2 Hagah).

Een Jood moet altijd proberen christenen te misleiden (Zohar 1160a).

Het enige doel van alle acties en gebeden van de Joden zou moeten zijn om de christelijke religie te vernietigen. (Schabbat 118a).

Een christen in levensgevaar mag niet geholpen worden (Choschen Ham: 425.5).

Ten slotte moeten alle christenen, inclusief de beste van hen, worden gedood. (Abhodah Zarah, 26b. Tosephoth).

Een jood die een christen doodt, begaat geen zonde, maar brengt een aanvaardbaar offer aan God. (Sepher of Israël: 177b).

Degenen die christenen doden, zullen een hoge plaats in de hemel hebben. (Zohar--I, 38b en 39a).

Joden mogen nooit ophouden christenen uit te roeien; ze mogen hen nooit met rust laten en zich nooit aan hen onderwerpen. (Hilkhoth Akum--x,1).

Geen enkel festival, hoe plechtig ook, mag de onthoofding van een christen voorkomen. (Pesachim 49b)