| Wie is Jezus

Geboorte, afstamming en bestemming

    Bestemming van Jezus als Messias en Koning op de troon van David

  • Lukas 1:26-35.

    Lukas 1:26-35: "In haar zesde maand stuurde God de engel Gabriël naar Na̱zareth, een stad in Galilea, naar een maagd die Maria heette. Ze was verloofd met Jozef, een man uit de familie van David.
    Hij kwam bij haar en zei tegen haar: ‘Gegroet! Je bent bijzonder gezegend en Jehovah is met je.’ Ze schrok van wat hij zei en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. Daarom zei de engel: ‘Wees niet bang, Maria, want je geniet de gunst van God. Luister! Je zult zwanger worden en een zoon krijgen, en je moet hem Jezus noemen. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste worden genoemd. Jehovah God zal hem de troon van zijn vader David geven. Hij zal voor eeuwig als Koning over het huis van Jakob regeren en aan zijn Koninkrijk zal geen eind komen.’
    Maar Maria zei tegen de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Want ik heb geen gemeenschap met een man.’ De engel antwoordde: ‘Heilige geest zal over je komen en kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat wordt geboren, heilig worden genoemd, Gods Zoon." (Lukas 1:26-35).



  • Geboren in de stam Juda in Bethlehem in het gezin van Josef en Maria

  • Zie afstammingslijnen Mattheus 1 en Lukas 3.

    De afstammingslijn in Mattheüs loopt via Davids zoon Salomo, terwijl die in Lukas via Davids zoon Nathan loopt (Mattheüs 1:6, 7; Lukas 3:31). Mattheüs laat zien dat Jezus het wettelijke recht op de troon van David had omdat hij een nakomeling van Salomo was via Jozef, die wettelijk gezien Jezus’ vader was. Lukas volgt blijkbaar de afstammingslijn van Maria, die laat zien dat Jezus een biologische nakomeling van David was.
    Met de Israelieten in gedachten begint Mattheüs met Jezus’ wettelijke afstammingslijn door te beklemtonen dat Jezus het wettelijke nageslacht is, de erfgenaam van Gods belofte aan Abraham, via wie alle volken op aarde een zegen kunnen verkrijgen.



  • Komst van de Messias aangekondigd door profeten

  • Daniel 7:13, 14; Daniel 9:24-27; Jesaja 9:6, 7; Jesaja 11:1-10

    Daniel 7:13, 14: "Ik bleef toekijken en zag in de nachtelijke visioenen dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die leek op een mensenzoon. Hij kreeg toegang tot de Oude van Dagen en werd vlak voor hem gebracht. Hij kreeg heerschappij, eer en een koninkrijk, en alle volken, naties en taalgroepen moesten hem dienen. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die niet zal voorbijgaan, en zijn koninkrijk zal niet worden vernietigd." (Daniel 7:13, 14).

    Daniel 9:24-27: "Er zijn voor je volk en je heilige stad 70 weken vastgesteld om de overtreding te beëindigen, om een eind te maken aan zonde, om verzoening te doen voor fouten, om eeuwige rechtvaardigheid te brengen, om het visioen en de profetie te verzegelen en om het heilige der heiligen te zalven.
    Je moet dit weten en begrijpen: vanaf het moment dat het woord uitgaat om Jeruzalem te herstellen en te herbouwen tot Messi̱as de Leider zullen er 7 weken voorbijgaan en ook 62 weken. Ze zal hersteld en herbouwd worden, met een plein en een gracht, maar in moeilijke tijden.
    Na de 62 weken zal de Messi̱as worden verwijderd, met niets voor zichzelf. Het volk van een leider die komt, zal de stad en de heilige plaats vernietigen. Het einde ervan zal zijn door de vloed. En tot het einde zal er oorlog zijn, er is besloten tot verwoestingen. Hij zal het verbond voor de velen één week van kracht laten blijven. Op de helft van de week zal hij slachtoffer en offergave laten ophouden." (Daniel 9:24-27).

    Jesaja 9:6, 7: "Want een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven en de heerschappij zal op zijn schouders rusten. Hij zal worden genoemd: Wonderbaar Raadgever, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Zijn heerschappij zal zich blijven uitbreiden en aan vrede zal geen einde komen, op de troon van David en in zijn koninkrijk, om het te bevestigen en te ondersteunen door gerechtigheid en rechtvaardigheid, van nu tot in eeuwigheid. Jehovah van de legermachten zal dat in zijn ijver doen." (Jesaja 9:6, 7).

    Jesaja 11:1-10: "Er zal een twijgje groeien uit de stronk van I̱saï en een spruit uit zijn wortels zal vrucht dragen. Op hem zal de geest van Jehovah rusten, de geest van wijsheid en van verstand, de geest van raad en van kracht, de geest van kennis en van ontzag voor Jehovah.
    Hij zal vreugde vinden in ontzag voor Jehovah. Hij zal niet oordelen op basis van wat zijn ogen alleen maar zien of terechtwijzen op basis van wat zijn oren horen. Hij zal een eerlijk oordeel vellen over de armen, en in rechtvaardigheid zal hij uitspraken doen ten gunste van de zachtmoedigen van de aarde. Hij zal de aarde treffen met de stok van zijn mond, wie slecht is zal hij met de adem van zijn lippen ter dood brengen. Rechtvaardigheid zal de gordel om zijn middel zijn en trouw de gordel om zijn heupen.
    Een wolf en een lam zullen samen rusten, een luipaard zal naast een geitje liggen, een kalf, een leeuw en een vetgemest dier zullen allemaal samen zijn, en een kleine jongen zal ze leiden. Een koe en een beer zullen samen grazen en hun jongen zullen bij elkaar liggen. Een leeuw zal stro eten net als een stier. Een zuigeling zal spelen bij het hol van een cobra en een kind zal zijn hand leggen op het nest van een giftige slang. Ze zullen geen kwaad doen of schade aanrichten op heel mijn heilige berg, want de aarde zal beslist vervuld zijn van de kennis van Jehovah zoals water de zeebodem bedekt.
    Op die dag zal de wortel van I̱saï opstaan als een signaal voor de volken. Tot hem zullen de volken zich wenden voor leiding en zijn rustplaats zal schitterend worden." (Jesaja 11:1-10).

Bediening

    Het lijden van de Messias, zijn dood en begrafenis. Draagt de zonden van velen

  • Jesaja 53; Handelingen 8:26-40 (bevestiging door Filippus)

    Jesaja 53: "Wie heeft geloofd in wat hij van ons heeft gehoord? En aan wie is de arm van Jehovah geopenbaard?
    Als een twijgje zal hij voor hem opschieten, als een wortel uit dorre grond. Geen statige gestalte heeft hij en geen pracht. Als we hem zien worden we niet door zijn uiterlijk aangetrokken.
    De mensen keken op hem neer en ontweken hem, een man bestemd voor lijden, die bekend was met ziekte. Het was alsof zijn gezicht voor ons verborgen was. Hij werd veracht en we vonden hem waardeloos.
    Maar hij heeft onze ziekten gedragen en ons leed op zich genomen. En wij bezagen hem als gekweld, door God geslagen en getroffen. Toch werd hij doorstoken voor onze overtredingen. Hij werd verbrijzeld voor onze fouten. Hij onderging straf ter wille van onze vrede zijn wonden brachten ons genezing.
    Als schapen hebben we allemaal rondgedwaald iedereen is zijn eigen weg gegaan en Jehovah heeft de fouten van ons allemaal op hem laten neerkomen.
    Hij kreeg het zwaar te verduren en liet zich kwellen, maar hij deed zijn mond niet open. Hij werd als een schaap naar de slacht geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders, en hij deed zijn mond niet open. Door een onrechtvaardig vonnis werd hij weggenomen.
    Wie zal zich met de bijzonderheden van zijn generatie bezighouden? Want hij werd verwijderd uit het land der levenden. Vanwege de overtredingen van mijn volk werd hij geslagen. Hij kreeg een graf bij slechte mensen en na zijn dood werd hij bij de rijken begraven hoewel hij niets verkeerds had gedaan en er geen bedrog in zijn mond was. Maar het was Jehovah’s wil om hem te verbrijzelen, hij liet hem ziek worden.
    Als u zijn leven als een schuldoffer aanbiedt, dan zal hij zijn nageslacht zien, hij zal zijn dagen verlengen, en door hem zal Jehovah’s wil succes hebben. Vanwege zijn lijden zal hij tevreden zijn met wat hij ziet. Door middel van zijn kennis zal mijn dienaar, de rechtvaardige, veel mensen in een rechtvaardige positie brengend en hij zal hun fouten dragen. Om die reden zal ik hem een deel toewijzen onder de velen en hij zal de buit verdelen met de machtigen, omdat hij zijn leven heeft uitgestort in de dood en tot de overtreders werd gerekend droeg de zonden van veel mensen en hij bemiddelde voor de overtreders." (Jesaja 11:1-10).



  • Gezalfd om goed nieuws te vertellen em het jaar van Jehovah’s goede wil te verkondigen

  • Jesaja 61:1-11; Lukas 4:17-21 (bevestiging door Jezus zelf)



  • Maakt het goede nieuws van het Koninkrijk bekend

  • Lukas 4:43

Wegname van de (Adamitische) dood en de zonde

    Adam is ongehoorzaam aan God en overtreedt zijn gebod. Dood is het loon op de zonde

  • Genesis 3; Romeinen 6:23



  • Door de losprijs van Jezus’ leven wordt Adams zonde vereffend

  • Johannes 1:29; Romeinen 3, 23, 24; Romeinen 5; 1 Korinthiers 15:20-28; Mattheus 20:28

Middelaar van het nieuwe verbond

    Pesach en de vervulling in Jezus. Brood en wijn en smetteloos lam. Koninkrijksverbond

  • Exodus 12:1-28; Lukas 22:14-20



  • Contrast oude en nieuwe verbond

  • Jeremia 31:31-34; Hebreeën 8:7-13



  • Dierenoffers bevrijden de mensen niet van de dood

  • Psalm 49:7-9; Hebreeën 7:11-28

Koning en hogepriester

    Autoriteit als Koning op Gods troon

  • Openbaring 12:10; 3:21; 5:6-10; 20:6; 14:1; Psalmen 2:1-12.



  • Hogepriester

  • Hebreeën 2:17, 18



Klik op deze link om terug te gaan.



vrije christenen | versie: major (4.0.0) | minor (100) | 2021